Jury verwisselt Gouden Strop met 'Het ei van Krabbé' - Tomas Ross

de Volkskrant, Forum, 26 juni 1995

Toen vorig jaar de Gouden Strop aan Maarten 't Hart werd uitgereikt, merkte hij verbaasd op 'het heel leuk' te vinden, maar het niet te begrijpen, want hij had 'geen misdaadroman' geschreven en hij was ook geen 'misdaadauteur'.

't Hart zou natuurlijk gek zijn geweest de prijs (en het geld) te weigeren - hoewel dat wel consequent en chic was, geweest. En in elk geval wist hij waarin een misdaadroman zich onderscheidt van andere (al dan niet spannende) romans. Dat is al heel wat meer dan de jury's van de afgelopen twee jaren die die prijs hebben vergeven.

De prijswinnaar van dit jaar, Tim Krabbé stelt in zijn dankwoord (afgedrukt in Forum, 23 juni) 'niet te weten wat een thriller is' en ook dat 'niemand dat weet' (met 'thriller' bedoelt hij 'misdaadroman'). Dat laatste is onjuist, maar op zich wel terzake geformuleerd in het aangezicht van een jury die hem zojuist de prijs daar voor had gegeven. Zij wisten het immers óók niet, dat voelde hij heel goed aan, en daarom had hij hem gekregen.

Toch begreep hij zelf ook wel dat het niet helemaal kosjer zat (iemand die niet weet wat een misdaadroman is en er toch de hoogste prijs voor krijgt!) en alsof hij bij voorbaat al wist dat het juryrapportje niet deugde, besloot hij de juryleden de helpende hand toe te steken door te stellen dat 'het gaat om het spannendste boek' en 'dat vrijwel alle boeken spannend zijn'.

Wel zó makkelijk als de prijswinnaar zelf maar even het criterium noemt, dan weten wij het ook. En wat is dan 'spannend' volgens hem?

'Ik ken maar een soort spannendheid ( ... ), en dat is het verlangen naar de volgende bladzijde.'

Het zaaltje zweeg. Dat geen van ons daar ooit aan had gedacht! Natuurlijk! Dat was het! Niet zomaar het ei van Columbus, nee, een gouden ei! Ja, ja.

Het is een kul-redenering natuurlijk, want ik bijvoorbeeld sla net zo verlangend de pagina's om van Nymfomane Nonnen als van Slauerhoff, een biografie, en deed dat vroeger al bij Okkie en Moortje, en geen van drieën zou in aanmerking komen voor de groslijst van De Gouden Strop. 'Spannend' is geen criterium, dat weet Tim Krabbé misschien niet, maar de jury donders goed. Een misdaadroman hoort per definitie spannend te zijn, dus wat moet je dan nog met dat begrip? Je bekroont toch ook geen wijn 'omdat er alcohol in zit'?

Krabbé kan het niet helpen, maar zijn boek Vertraging had nooit mogen worden geaccepteerd voor de groslijst. Het ís geen misdaadroman en hij ís geen misdaadschrijver (wat hij allebei erkent), zo simpel ligt dat. Hij maakt de denkfout de 'Maand van het Spannende Boek' te verwarren met de toekenning van de Gouden Strop. Het is niet voor niets dat bijvoorbeeld de genres SF of Fantasy (soms heel spannende boeken) niet geaccepteerd worden volgens het juryreglement.

Dat zal Krabbé zo te horen worst zijn. 'Ik voldoe met hartstocht niet aan de regels!' Dat standpunt hoor je meer als het om geld gaat, maar daarmee is het nog niet juist. Er bestaan wel degelijk regels en criteria ter definiëring van zowel de misdaadroman als van de Gouden Strop. Het zou hier te ver voeren in dit verband te citeren uit de essays van onder anderen Raymond Chandler, Maarten 't Hart (!), Patricia Highsmit, Ab Visser of Julian Symons. Maar één criterium staat als een paal boven water en onderscheidt de misdaadroman per definitie van alle andere romans: een 'plot' die ten nauwste verweven is met 'misdaad', en die de beoogde spanning dicteert.

En dat is een spanning die niet per se van bladzijde naar bladzijde hobbelt ('Gaan ze nou neuken of niet?'), dat is een spanning die als een boog het verhaal, de handelingen en de karakters omspant. Natuurlijk, een plot kan ook in andersoortige romans voorkomen, maar heeft dan niets met 'misdaad' van doen en is veel minder overheersend (bijvoorbeeld ten gunste van karakters of sfeertekening).

Dat 'plot' criterium staat omschreven in het Stropreglement. De jury prijst Vertraging dus ook om de 'ingenieuze plot', maar toen ik de leden elk separaat er naar vroeg, wist geen van hen mij die te vertellen. Natuurlijk niet. Hij bestaat niet, simpelweg omdat Tim Krabbé mogelijk wel mooie boeken schrijft, maar zonder plot. Het zijn lineaire vertellingen en belevenissen, spannend of niet, maar zonder twists, zonder 'plotstuwing', zonder ook de aan het genre zo inherente 'ontknoping'.

De juryvoorzitster noemde haastig maar even de verdiensten van Krabbé's Het Gouden Ei alsof ze de bui met Vertraging al zag hangen. ('Zo succesvol bij veel middelbare scholieren!' Dubieuzer compliment is haast niet mogelijk).

Het Gouden Ei is nu exact het voorbeeld van een spannend, maar geheel plotloos boek dat dus geen misdaadroman kan zijn.

Ik besef dat je een boek geen recht doet door het in vier regels samen te vatten, maar veel mensen kennen het, vandaar: echtgenoot mist vrouw tijdens vakantie, en gaat haar zoeken. En komt erachter dat een Fransman haar ontvoerde en levend heeft begraven... Tot zover spannend, je kunt niet wachten hoe het nu verder zal gaan. Hoe? De echtgenoot wordt ook levend begraven.
Uit.

'Wat, Papa?'
'Ja kind, het is uit. Ik kan er ook niks aan doen. Wel spannend beschreven anders.'
'Ja maar... Ja maar... en dan?
'Kom Japie, we gaan nu slapen, hoor. Dan bedenk je zelf maar een mooi slot.'
'Lees je dan morgen wel Joop van den Broek voor, pap?'

Tim  Krabbé is ongetwijfeld een goed schrijver, maar zijn' boeken - hoe mooi en spannend ook - zijn geen misdaadromans. De jury wist dat verdomd goed. Enkele leden erkenden, net als het vorig jaar overigens bij 't Hart, pas achteraf wat stiekem en beschaamd dat de winnaar 'en compromis' was, en de voorzitster draaide haastig hetzelfde kulpraatje af als de prijswinnaar: 'Een spannend boek moet op zichzelf gelezen worden, ongeacht het genre.'

Een unieke interpretatie van de regels, waaraan ze zich evenmin als de winnaar heeft gehouden. Laten we, zou ik zeggen, volgend jaar de korfbalvereniging Ons Eijbernest afvaardigen naar de Champions League want het is toch allemaal balsport.

Tomas Ross
De auteur is schrijver van misdaadromans.


Ross schiet op de verkeerde personen - Diny van de Manakker

de Volkskrant, ingezonden brief, 1 juli 1995

Tomas Ross is de motor van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, de initiatiefnemer van De Gouden Strop en de schrijver van meer dan tien indrukwekkende, buitengewoon spannende en zeer knap geconstrueerde misdaadromans.

Helaas zijn de feiten in zijn betoog in Forum van 26 juni het slachtoffer geworden van zijn boosheid over de volgens hem foute beslissing van de jury die Vertraging van Tim Krabbé dit jaar bekroonde met de Bruna Gouden Strop. Hij schiet ook op de verkeerde personen en dat is misschien maar goed ook. Want hijzelf is, als lid Van het Genootschap, medeverantwoordelijk voor datgene waar hij nu zo over tekeer gaat; namelijk dat de jury geen misdaadroman heeft bekroond, maar een 'gewoon' spannend boek.

Veel van zijn irritatie komt voort uit het juryreglement dat is opgesteld door de Stichting 'De Gouden Strop', opgericht toen zijn genootschap is gaan samenwerken met een sponsor - Bruna - voor de prijs.

Punt 5 van het reglement luidt: 'In aanmerking voor De Gouden Strop komen al die Nederlandstalige romans die door erkende Nederlandse/Vlaamse uitgevers in het jaar voorafgaande aan de prijsuitreiking werden uitgegeven in het interessegebied, "spannend boek".'

Punt 6: 'De categorieën die binnen dit interessegebied door de jury worden beoordeeld zijn: thrillers, detectives, horror, avontuur, oorlogsromans en  spionage.'

Het woord misdaad, waarop Ross zijn argumentatie baseert, komt in het reglement één keer voor, in de combinatie Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs. Het begrip 'plot' ontbreekt helemaal, dus de jury heeft als je het zo bekijkt wel erg weinig houvast gekregen van het genootschap. Of, om het wat minder beleefd te formuleren: het genootschap heeft zitten slapen toen er met Bruna onderhandeld werd over de samenwerking.

Los daarvan hebben jury's vaak de onhebbelijke eigenschap tamelijk eigenzinnig en vooral onafhankelijk te opereren. Ze zijn ook lang niet altijd bereid achteraf een kijkje in de keuken te bieden. Ross doet zijn best om met wat hij her en der heeft opgevangen een omelet te bakken - waarvoor, zoals bekend, de eieren flink door elkaar moeten worden geklutst.

Het derdegraadsverhoor waaraan hij een aantal juryleden probeerde te onderwerpen heeft niet meer opgeleverd dan dat ze volgens hem de plot van Vertraging niet konden navertellen. 'Omdat er geen plot is,' is Ross' conclusie. En dan vertelt hij gauw even hoe Het gouden ei afloopt, terwijl een ongeschreven wet zegt dat dat niet netjes is.

Natuurlijk is er tijdens de juryvergaderingen stevig gediscussieerd. Maar, hoe saai dat misschien ook klinkt, uiteindelijk is de winnaar in opperste harmonie gekozen.

In het gekrakeel over de afbakening van de grenzen van het genre dreigt nu vergeten te worden dat twee jaar achtereen bijna veertig boeken op de groslijst stonden; een enorm aantal voor het kleine taalgebied. Bovendien hebben de jury's van beide jaren zich ook zeer verheugd getoond over de kwaliteit van een flink deel van die boeken.

Maar zoals punt 17 van het reglement gebiedt: 'De Gouden Strop kan slechts gewonnen worden door één titel.'

AMSTERDAM

Diny van de Manakker, juryvoorzitter Bruna Gouden Strop


Poedelprijs - Anneloes Timmerije

de Volkskrant, ingezonden brief, 1 juli 1995

Niemand durft het te zeggen, maar de discussie rond de Gouden Strop draait om de vraag of deze een prijs voor een genre is, dan wel een poedelprijs. De schroom die vraag in de groep te gooien, vloeit voort uit het gegeven dat misdaadromans in Nederland nog steeds de naam hebben van een minder allooi te zijn - minder dan de Literatuur.

Ter opvijzeling van dit imago verruimde de Stichting Bruna Gouden Strop de criteria voor inzending van 'misdaad' naar 'spannend'. Hierdoor werden ook andere dan misdaadauteurs in de gelegenheid gesteld hun boeken voor te leggen aan de jury. De inzending en honorering van de boeken van 't Hart en Krabbé is derhalve volstrekt legitiem, zij het niet al te wijs.

De Gouden Strop denkt voordeel te halen uit het feit dat het misdaadgenre zelfs de belangstelling heeft van bekende namen uit de literatuur. Deze gedachte is erg onhandig gebleken. Niet alleen is hierdoor duidelijk geworden hoezeer de Stichting handelt vanuit een eigen zwakte, met dit beleid devalueert zij bovendien de status van de prijs.

Zoals de vlag er nu bij hangt, heeft de Gouden Strop twee gezichten.

Wordt zij gewonnen door een 'typische' misdaadauteur, dan is het een prijs voor het misdaadgenre en leeft iedereen nog lang en gelukkig. Valt de Strop om de nek van een literaire vakbroeder, dan is het ineens een poedelprijs geworden. Want, niet goed genoeg voor Libris (100 duizend gulden), kunnen we nog altijd opgaan voor de 25 mille van de Gouden Strop.

Hierdoor wordt misdaadauteurs een kans op hun prijs ontnomen; de gelukkige - van huis uit literaire - winnaar krijgt op, zijn beurt geen kans voor onverbloemde blijdschap. Tim Krabbé voelt zich in dit gezelschap een paard tussen de ezels (de Volkskrant, 27 juni) en verklaart dat misdaadauteurs slechte verliezers zijn. Hiermee degradeert hij zichzelf helaas tot een winnaar zonder stijl.

De Stichting Bruna Gouden Strop heeft het tegenovergestelde bereikt van wat zij beoogde. Het verruimen van de criteria heeft ertoe geleid dat de Gouden Strop nu helemaal geen status meer heeft.

AMSTERDAM

Anneloes Timmerije