(Verschenen in de GPD-bladen op 15 oktober 2001)

De Cock, de Prijs, de Schrijver en zijn Lezers - Jacob Vis

Twee jaar geleden zaten Charles den Tex, Felix Thijssen en ik op een rijtje te luisteren naar juryvoorzitter Bert Vuijsje, die in een lang betoog uit de doeken zou doen wie van ons de Gouden Strop 1999 ging winnen. De vierde genomineerde, Peter de Zwaan, zat in Amerika, maar via een telefoonlijn kon ook hij horen wie won. De Zwaan, Den Tex en ik hadden mooie recensies gekregen en we waren er, ijdele baasjes als schrijvers zijn, elk van overtuigd de prijs te winnen. Leuk dat Thijssen helemaal uit Frankrijk was gekomen om de winnende collega de hand te schudden. Terwijl Den Tex en ik op het puntje van onze stoel zaten, klaar om naar voren te rennen, leunde Thijssen glimlachend achterover, als een toehoorder bij een koffieconcert waar zijn neefje eerste viool speelt. Dat had ons natuurlijk aan het denken moeten zetten, maar wij hadden alleen oog voor Bert Vuijsje. Ach, was er ooit een welsprekender juryvoorzitter geweest? Toen hij het eind bereikte en de kwalificaties van het winnende boek opsomde dacht ik bij elke zin: ja, Ja! Tot de voorlaatste zin kwam en ik opeens besefte dat er iets vreselijk mis was: niet mijn prachtboek, maar dat van Thijssen had gewonnen. De winnaar wandelde naar de katheder, trok een paar dicht beschreven vellen uit zijn binnenzak en begon aan een dankrede die de speech van de voorzitter ruim naar de kroon stak. Ondertussen zaten Den Tex en ik op de eerste rij onze wonden te likken. Doorgestoken kaart, dacht ik nog: Thijssen heeft een hele rede op zak terwijl ik slechts een paar namen had opgeschreven die ik vooral niet mocht vergeten als ik daar zelf had gestaan. All is vanity, zei Thackeray en verdomd, hij heeft gelijk.

Kwaliteit
Waarom is die Gouden Strop zo belangrijk dat Nederlandse en Vlaamse schrijvers van misdaadliteratuur drómen van die prijs? Natuurlijk, hij bestaat uit een foeilelijk beeldje én het niet geringe bedrag van ƒ 25.000 waarvan je na aftrek van de belastingen nog riant op vakantie kunt gaan. Maar ook als de winnaar slechts een symbolisch bedrag zou krijgen en een hoop publiciteit, zoals bij de Prix Concourt, de belangrijkste literaire prijs in Frankrijk, zou ieder van ons er voor tékenen. Het betekent dat jouw boek is gekozen tot de beste misdaadroman van het jaar. Pardon, het beste spannende boek, want het predikaat misdaadroman moeten we verlaten sinds literaire schrijvers ook, en soms met succes, een gooi doen naar de Gouden Strop. Tim Krabbé, winnaar in 1995, wilde zijn boek vooral geen misdaadroman noemen, want hij beschouwt het als een diskwalificatie van zijn literair werk. Wel de prijs in ontvangst nemen, niet erbij willen horen; ach, het is een variant op wel de prijs willen krijgen maar niet op komen draven. Ik vind, mét cartoonist Stefan Verwey dat we in zulke gevallen de prijs maar onder de andere genomineerden moeten verloten. Ik lap de kritiek van Krabbé dan ook aan mijn laars - het zegt meer over hem dan over de misdaadliteratuur - maar het oordeel van de jury van de Gouden Strop die bijna elk jaar gewaagt van een bedenkelijke kwaliteit in de breedte baart me meer zorgen. Elke jury haast zich ook te verklaren dat de genomineerde boeken de toets der kritiek ruimschoots doorstaan en zich kunnen meten met de beste Angelsaksische misdaadromans. Maar niet genomineerde auteurs zouden bij zichzelf eens te rade moeten gaan: wat is er waar van die kritiek? 
Dat is lastig. Schrijven is een eenzaam vak. De schrijver zit in een coconnetje van licht van bureaulamp en beeldscherm intens geconcentreerd te schrijven en er is niemand die hem op de schouder tikt en zegt: dat moet anders. De kritieken komen pas als het boek in de winkel ligt. Als je een goede redacteur hebt, en, zoals ik, een geliefde die kritisch meeleest komen ze al eerder. Hun opmerkingen kunnen je voor misstappen behoeden. Maar schrijven blijft eenmanswerk. De jury en de recensenten beoordelen het werk. Verbeteren moet de schrijver zelf doen: in zijn volgende boek.

Lezersoordeel
Door de aandacht voor het oordeel van beroepslezer vergeten we wel eens het oordeel van de gewone lezer: de man, de vrouw en het kind die naar de winkel gaan, ƒ 37,50 of daaromtrent neertellen en met hun aanwinst naar huis snellen, zich in een stoel nestelen, het boek langzaam uitpakken, aan de verse bladzijden snuffelen en zich opmaken voor een paar uiterst genoeglijke uren. Voor die lezer schrijf ik. Dit voorjaar kreeg mijn boek Morren een mooie recensie in deze krant van Dick Laning. Het was ook de meest scherpzinnige analyse van mijn werk dat ik ooit las. Zo'n recensie stemt de schrijver tot diepe tevredenheid. Maar toen ik hoorde dat een scepticus uit St. Jansklooster mijn vorige roman Wetland in één nacht had uitgelezen was ik ook gelukkig. 
Uw oordeel telt. Als het maatgevend was voor de Gouden Strop zou Baantjer - de Cock met coceeka - elk jaar de prijs winnen, want hij verkoopt in zijn eentje meer boeken dan alle andere Nederlandse misdaadauteurs bij elkaar. Ik respecteer Baantjer en zijn jaloersmakende verkoopcijfers, maar zo'n lezersoordeel alléén kan niet de bedoeling zijn. 
Dit jaar heeft de Gouden Strop een nieuwe sponsor, eigenlijk een groep nieuwe sponsors waarvan Stichting Lira en KRO de belangrijkste zijn. Die nieuwe sponsors hebben voor het eerst uw oordeel gevraagd. Via de website crime.nl kon u stemmen op een van de vijf genomineerde boeken. Ik ben benieuwd naar het lezersoordeel. Ik denk dat Appel wint omdat zijn Zinloos geweld door alle beroepslezers goed is ontvangen. Maar het zou mooi zijn als u er anders over dacht. Al was het maar om de jury tot denken te zetten. 

Met dank aan de prachtige filmtitel van Peter Greenaway: The Cook, the Thief, His Wife and Her Lover.

Jacob Vis, misdaadauteur.

Nederlandstalige misdaadauteurs Š Alwin van Ee