Ere wie ere toekomt. Binnenskamers leefde de gedachte aan een debutantenprijs al langer in de kring van het GNM, maar het was Tomas Ross die deze als eerste naar buiten bracht. Toen hij in 1996 zijn tweede Gouden Strop (en zijn eerste Bruna Gouden Strop) won, lanceerde hij het voorstel om die debutantenprijs in te stellen en hij legde daarvoor tevens de eerste financiële basis uit de middelen die hij zojuist verworven had. Het GNM vulde dat aan tot de ronde som van duizend gulden, stelde vast dat de jury zou bestaan uit de zittende bestuursleden en de meest recente winnaar van de Bruna Gouden Strop en daarmee was de eerste, echte, onafhankelijke, niet gesponsorde jaarlijkse prijs voor het beste debuut op het terrein van het spannende boek een feit. Een jaarlijkse prijs, mits de uitgevers tenminste vijf titels zouden aanbieden.
De debutantenprijs, die Schaduwprijs zou gaan heten als hommage aan Charles C.M. Carlier en zijn schepper Havank, is ingesteld om beginnende schrijvers aan te moedigen en gevorderde schrijvers uit te dagen een spannend boek te schrijven.
Sinds jaar en dag schommelt de longlist voor de Bruna Gouden Strop tussen de dertig en veertig titels van evenveel of iets minder auteurs.
Dat is geen overweldigend aantal. Debuterende schrijvers vormen op die lijst een kleine minderheid. Elk jaar zijn er wel een paar, sommigen zie je terug met een tweede boek, anderen verdwijnen weer.
Beloning stimuleert. Prijzen en bekroningen roepen het beste in de mens naar boven, ook als het gaat om het slechtste in de mens te beschrijven. En schrijvers zijn ook mensen. Aan het einde, in de hoogte, lonkt de Bruna Gouden Strop. Maar dat is het eind. De entree in het genre is niet gemakkelijk. Aankomende schrijvers moeten veel hindernissen nemen, creatief, zakelijk en persoonlijk, en als het dan tot een boek komt, moet de schrijver het in het gunstigste geval stellen met vijf regeltjes in de zaterdagbijlage en dat was het dan. Met het instellen van de Schaduwprijs wil het GNM de uitdaging om door te zetten vergroten.
Daarnaast bevordert publieke waardering de aandacht voor het Nederlandstalige spannende boek. En andersom. Dat bewijst de Bruna Gouden Strop. Dat bewijst ook de Detective & Thrillergids van Vrij Nederland, in brede kring bekend als de canon van het spannende boek. Maar ten opzichte van het buitenland is ons taalgebied te zuinig met waardering voor eigen producten en in de strijd daartegen kan de Schaduwprijs een bijdrage leveren.
Voor de naam zochten we onder de speurders uit de Nederlandstalige misdaadliteratuur. Een hoofdpersoon die het waard is buiten zijn boeken vereeuwigd te worden. Een karakter dat tot ieders verbeelding spreekt en waarvan de naam zo mogelijk ook de plaats van de prijs zou markeren. Nadat Rechter Tie, De Cock en Grijpstra & de Gier verworpen waren, kwamen we op de legendarische speurder Charles C.M. Carlier, alias de Schaduw die als beschermer van weduwen en wezen en door zijn merkwaardige taalgebruik al decennia lang een van onze gekende helden was. De eerste winnaar was Corine Kisling met Satan in de polder, verkozen uit de zeven debuten in 1997.
Hoe verschillend jury's reageren blijkt uit het feit dat de Stropjury een van die debuten: Zwavel van Conny Braam nomineerde voor de Bruna Gouden Strop, terwijl de Schaduwjury Satan in de polder verkoos.
Dit jaar zijn er tien debutanten, een kwart van het totaal aantal inzendingen. Geen beter bewijs dat het genre leeft.