AMSTERDAM - 16 november 2001 - „Of ik ‘s nachts wel goed slaap door mijn nominatie voor de Gouden Strop?‘‘ In zijn werkkamer vlakbij de Amsterdamse Nieuwmarkt kijkt Tomas Ross een moment verrast op en barst dan in een onbedaarlijk lachen uit.
„Dat ik wel eens wakker lig heeft alles
te maken met de deadline van mijn nieuwe boek. Maar die Gouden Strop doet me
niks. Ik zou die prijs ‘t liefst meteen ter ziele willen helpen.‘‘
Of hij wil of niet: met zijn thriller 'Tranen over Hollandia' is Ross samen met
Lydia Rood, Margreet Hirs, Jef Geeraerts en René Appel opnieuw genomineerd voor
de enige thrillerprijs van Nederland die zaterdag in Heemskerk wordt uitgereikt.
De negende keer in veertien jaar, hebben vrienden van ‘m al berekend. Twee
keer won hij. Nu, zegt hij beslist, win ik niet. „Ik gok op Lydia of René.
Zeg nou zelf: het zou toch absurd zijn als ik ‘m voor de derde keer zou
winnen? Al mag ik hem van mijn vrouw niet weigeren. Vijfentwintigduizend piek,
voor haar is dat toch weer een nieuwe badkamer.‘‘
Het geld mag welkom zijn, veel status heeft de thrillerprijs in Nederland niet
meer. Ross, in 1986 een van de initiatiefnemers van de Gouden Strop: "We
wilden destijds de Nederlandse thriller onder de aandacht van het publiek
brengen. Laten zien dat er meer was dan Baantjer. Dat ging aanvankelijk
hartstikke goed. Grote items in het NOS-journaal, interviews in de kranten. De
Gouden Strop betekende voor de winnaar steevast drie, vier extra herdrukken van
zijn boek.‘‘
Maar in de loop der jaren kwam de klad erin. "Er waren maar een paar
schrijvers die voor de prijs in aanmerking kwamen. Al snel ontstond het beeld
van een incestueus groepje dat onderling de prijzen verdeelde.‘‘
Sponsor Bruna haakte af, de KRO neemt het nu met een Detectivefestival over.
Verspilde energie, vermoedt Ross. "Ik vind dat thrillers ook voor de Ako-
en Librisprijs genomineerd moeten kunnen worden. Dan heb je helemaal geen aparte
thrillerprijs meer nodig.‘‘
BAANTJER
Niet dat het met het spannende boek als zodanig slecht gaat. Auteurs als John
Grisham, Stephen King en Nicci French halen vaak met gemak de 100.000 verkochte
exemplaren. Het zijn vooral de Nederlandse auteurs die, nog altijd op Baantjer
na, weinig omzetten. Volgens Ross is het een direct gevolg van het
promotiebeleid van Nederlandse uitgevers. "Ze betalen zomaar een ton voor
de rechten op een nieuwe Grisham of Elisabeth George. Er moet heel veel worden
verkocht om dat terug te verdienen. Dus worden alle reclamecampagnes op die ene
schrijver gericht. De rest kan het schudden.‘‘
Ross kan als een van de weinige thrillerschrijvers van zijn vak leven. Al moet
hij daarvoor elk jaar twee boeken uitbrengen en er nog freelance scenariowerk
voor de televisie naast doen.
INGRIJPEND
Zijn boeken baseert hij vaak op ingrijpende gebeurtenissen uit de Nederlandse
geschiedenis, zoals de val van Srebrenica, de Molukse treinkapingen en de
Bijlmerramp. In zijn nieuwste thriller reconstrueert Ross de overdracht van
Papoea Nieuw-Guinea aan Indonesië, in 1962. De feiten vormen de basis van het
boek, zijn fantasie gaat er vervolgens mee aan de haal. „Ik begin me wel
zorgen te maken over het gebrek aan onderwerpen‘‘, zegt hij.
„Alle authentieke doofpotten van de laatste decennia heb ik wel gehad en nu
moet ik steeds verder teruggaan in de tijd. Wie weet nog wat de rol was van de
KVP in de kwestie-Nieuw Guinea? Het risico is dat je lezers van je
vervreemden.‘‘
Een ramp als die op de elfde september laat hij, hoewel commercieel misschien
interessant, voorlopig ongemoeid. „Eerst moet de zaak zijn afgerond, weg zijn
uit de actualiteit. Bob Mendes schreef een thriller over de Golfoorlog waarin de
Amerikanen Saddam doden. Toch een tikje ongeloofwaardig, nu. Bob vindt dat
kennelijk geen punt. Hij werkt inmiddels ook aan een thriller over New York.‘‘
Ross stapt op 1 januari van een bescheiden uitgeverij naar de prestigieuze
Bezige Bij. Gaat dat in 2002 in een Ako-nominatie resulteren? "Een
nominatie?‘‘, zegt Ross gespeeld verbaasd. „Meteen gekozen bij de laatste
twee - samen met Mulisch. En dan moet ik nog zien wie wint."