Hoe de Gouden Strop mijn leven veranderde - René Appel

 

juryvoorzitter Hans Knegtmans en René Appel, 1991

Een paar jaar geleden vroeg het GNM mij om voor het GNM-Bulletin eens op te schrijven hoe mijn leven was veranderd door de Gouden Strop. Met het volgende, simpele antwoord had ik kunnen volstaan:
Ik voelde mij vereerd. Bovendien betekende het een erkenning als misdaadauteur. Het geld (toen nog ƒ 10.001) was mooi meegenomen. Maar verder is mijn leven niet veranderd; daarvoor is echt heel wat meer nodig dan een Gouden Strop.
Zo'n reactie is verre van opzienbarend en levert ook geen 'leuk' stukje op voor het GNM-Bulletin. Daarom schreef ik het onderstaande.

Tot die dag in het voorjaar van 1991 ging ik door het leven als een gekweld, twijfelend en zich ondergewaardeerd voelend mens. Boeken schrijven, allemaal prachtig, maar ondertussen: wat betekende het, hoe kon ik mezelf daarmee profileren, hoe kon ik mijn diepste zielenroerselen op een adequate manier aan het papier toevertrouwen? Ik wist het niet. De angst en onzekerheid groeiden paarsgewijs in stereo, terwijl ik op de buitenwereld een opgeruimde, zelfverzekerde en positieve indruk probeerde te maken. Maar daardoor verergerde het juist en werd ik me nog meer bewust van het feit dat ik een rol speelde, de rol van de redelijk succesvolle schrijver die met zijn eerste twee boeken meteen twee Gouden Stropnominaties in de wacht had gesleept.
Ondertussen bleef het knagen, steeds sterker, steeds heviger. Er waren momenten dat ik de tekstverwerker uit het raam wilde gooien. Waarvoor? Waartoe? Waarom? Klemmende vragen die in mijn hoofd bleven rondzingen (met de stem van Mieke Telkamp, ook dat nog) en mijn blik verduisterden, zonder dat er ooit een antwoord kwam. Met de dag werd ik weifelmoediger. Ik nam zelfs aan een boekje te schrijven over voetbaltaal. Voor de SdU! Zo diep was ik gezonken!
De buitenwereld zag het niet aan me af, zo'n professional was ik geworden in het verhullen, bedekken en doen alsof. Maar het zou niet lang meer duren of diezelfde buitenwereld zou de werkelijke René Appel zien.
Tot die glorieuze voorjaarsdag in 1991. De Alom Gevreesde Hans Knegtmans trad op als voorzitter van de jury. Het was duidelijk: alleen ik kon de begeerde Gouden Strop winnen, de laatste echte Gouden Strop omdat de prijs daarna door Bruna werd geadopteerd.
Pas dagen, nee weken later, toen de roes enigszins was weggeëbd, drong het in zijn volle omvang tot mij door: ik wist weer waarvoor ik leefde, ik begreep wat mijn bestaan zin gaf, ik besefte waarvoor ik schreef.

2001 - René Appel won in 1991 met De Derde Persoon en in 2001 met Zinloos geweld.


Geen echte misdaadroman - Maarten 't Hart

Warmond, 25 maart 1998

Geachte heer Vis,

Hartelijk dank voor de uitnodiging twee pagina's te schrijven over mijn ervaringen met de Gouden Strop. Ik zou dat graag doen, maar ik geloof niet dat ik stof heb om twee pagina's te vullen. Ik heb indertijd de toekenning van de Gouden Strop als een mirakel ervaren. Een onverdiend mirakel, eigenlijk, want mijns inziens kwam die prijs mij niet toe, daar Het woeden der gehele wereld toch eigenlijk geen echte misdaadroman is. Ook voelde ik mij wat bezwaard ten aanzien van Jacques Toes, want die had mijns inziens de prijs moeten krijgen. Denkt u echter niet dat ik niet blij was met de prijs. Integendeel, ik was er zeer verrukt over dat ik de prijs kreeg. Als miskenning heb ik dat geenszins ervaren.

Aangezien mijn boek al een tijd uit was, en de lezers die mij toegewijd zijn het boek allang hadden aangeschaft, hebben mijn uitgever en ik van enig effect op de oplagecijfers niets kunnen merken. Het boek werd voordat ik de prijs kreeg goed verkocht, en daarna ook goed, maar niet beter. Wat dat betreft heeft de prijs voor mij noch in negatieve, noch in positieve zin een merkbaar effect gehad.

De prijsuitreiking zelf vond ik bijzonder prettig. Geen lang diner, maar een aangename middagboterham, en een prettig snelle en efficiënte prijsuitreiking. Wat dat betreft kun je veel beter de Gouden Strop krijgen dan één van die onzinnige grote literaire prijzen zoals de Gouden Uil, of de Libris-prijs of de Generale Bank prijs.

Ik denk dat dit alles is wat ik u over mijn ervaringen met de prijs kan meedelen. Uiteraard bent u er vrij in om deze brief in het blad van GNM af te drukken. Een foto erbij lijkt mij eerlijk gezegd overbodig, deels omdat iedereen allang weet hoe ik eruit zie, deels omdat ik niet fotogeniek ben en zo'n kiekje dus toch alleen maar een smet is op de pagina. Ook een bibliografie lijkt me dwaas. Moet ik dan al mijn publicaties opsommen sinds mijn debuut uit 1971? Of alleen de misdaadromans. Nu dat zijn Ik had een wapenbroeder (1973), De kroongetuige (1983) en Het woeden der gehele wereld (1993). U ziet de misdaadromans komen bij mij om de tien jaar! In 2003 hoop ik mijn volgende misdaadroman te publiceren!

Met vriendelijke groeten,

Maarten 't Hart

Maart 1998 - Maarten 't Hart won in 1994 met Het Woeden der gehele Wereld.


Sprekende honden - Gerben Hellinga

Natuurlijk is het fijn en een eer en goed voor het ego om de Gouden Strop te krijgen en ik was er blij mee, te meer daar ik het geld goed kon gebruiken. Niettemin proefde ik een lichte, bittere bijsmaak, want hoe tevreden ik zelf ook was over De Terugkeer van Sid Stefan, ik vond en vind het boek dat ik daarvoor had geschreven, Merg en Been, beter. Maar de jury van 1986 vond dat pratende honden niet in een thriller thuishoren.
Ik had die sprekende honden geïntroduceerd om het genre open te breken en om het verhaal los te koppelen van het tijdperk waarin het zich afspeelt, de jaren tachtig. In alle onbescheidenheid, dat is blijkbaar gelukt; Merg en Been wordt her en der een klassiek boek genoemd en dat is, voor zo ver ik weet, niet het geval met het boek dat in dat jaar wél met de Gouden Strop bekroond werd. Met alle respect voor de auteur overigens die ik als schrijver zeer bewonder. Mijn kritiek geldt de jury van dat jaar. Het heeft me iets geleerd wat ik toen nog niet wist: het is niet altijd het betere of beste boek dat in de prijzen valt. Jureren is ook maar mensenwerk en de vooroordelen en beperkingen van juryleden kunnen bij het tot stand komen van hun oordeel soms een grotere rol spelen dan hun eruditie en literaire smaak.

1998 - Gerben Hellinga won in 1989 met De Terugkeer van Sid Stefan.


Ik moet u teleurstellen - Tim Krabbé

Amsterdam, 27 maart 1998

Geachte Jacob Vis,

Ik moet u teleurstellen. Ik heb geen enkele affiniteit met het misdaadgenre, en die is ook niet uit mijn werk af te leiden. Ik kreeg natuurlijk wel de Gouden Strop '95 voor Vertraging, maar die kreeg ik niet zoals u schrijft voor 'de beste Nederlandstalige misdaadroman' maar voor 'het beste spannende boek'. Was die eerste omschrijving van toepassing geweest, dan zou ik niet hebben meegedaan.

Met vriendelijke groet,

Tim Krabbé

Maart 1998 - Tim Krabbé won in 1995 met Vertraging.


De Gouden Strop: een briljante top - Bob Mendes

"Al vele eeuwen wordt onze beschaving gebouwd op het geschreven-gedrukte woord. Er is geen boek zonder eigen achtergrond, zonder eigen geschiedenis."

Met deze woorden leidde Piet Sterckx, een gelauwerd Vlaams columnist en toneelschrijver, zijn toespraak in toen hij, nu al meer dan tien jaar geleden, mijn eerste thriller aan een driehonderdtal genodigden uit de Antwerpse commerciële en maritieme wereld presenteerde.

Heel wat van die genodigden keken verbaasd op. Dat een accountant op 56-jarige leeftijd een succesvolle loopbaan inruilt voor het meestal erg onderbetaalde schrijverschap, tot daar aan toe. Voor een boek over slapende offshorecentra en belastingefficiënte locaties (een eufemisme voor belastingparadijzen) of over de methodologie van de auditopdracht dan toch. Maar voor een thriller?

Misschien was hun verbazing meer ingegeven door hun ongeloof in de kansen op succes dan door misprijzen voor de letterkundige waarde van het spannende boek. Want hoe zou iemand zonder specifieke letterkundige opleiding zich kunnen meten met germanisten, neerlandici of andere taalgeleerden die als redacteur, recensent of hoogleraar van hun pen leven in een land dat een traditie heeft van talentvolle schrijvers, die elkaar succesrijk zijn opgevolgd: Ivans/Havank /Fr. Eckmar, Hellinga/Van de Wetering, Appel/Rippen/Ross? Dat het toch kon, wijst eens te meer op de literaire mogelijkheden van de thriller en de hoge eisen die vandaag aan de schrijvers ervan worden gesteld. Want de kennis van de lezer anno 2000 inzake actualiteit, techniek, sport, fysische en sociale geografie en zijn psychologisch inzicht is er op vooruit gegaan. Het volstaat niet langer om de pot (plot) te draaien met alleen maar stijl en taalgeleerdheid. De feiten moeten correct zijn, de locaties reëel, de achtergronden herkenbaar, de plot oorspronkelijk en aannemelijk en de personages psychologisch verantwoord.

Als geen ander genre laat de thriller ons de wereld waarin we leven in al zijn facetten zien. Daarom kan ook de ex-politieman een succesvolle speurdersroman schrijven, de arts een medische thriller, de advocaat een legal thriller, de ex-accountant een maatschappijkritische faction-thriller.

Zo is de balans weer in evenwicht.

Maar in een wereld waar alles al wel eens gezegd en geschreven is, worden de eisen die aan de thrillerschrijvers gesteld worden steeds hoger. En omdat ook de kwaliteit van wat gepubliceerd wordt in evenredigheid stijgt, krijgt ook een nominatie voor de zo fel begeerde hoogste bekroning steeds meer waarde.

Voor hij of zij die dan uiteindelijk de kroon mag opzetten, verandert er veel. Er komt geld in het laatje. Een cheque van vijfentwintig duizend gulden, herdrukken, nevenrechten, Readers Digest en goedbetaalde opdrachtjes. Maar als het je alleen maar te doen is om er geld mee te verdienen, hoef je niet noodzakelijk de beste boeken te schrijven. Dat de échte waarde elders lig werd me pas duidelijk na mijn tweede Gouden Strop toen ik tijdens een gesprek met een Nederlands journalist mijn bezorgdheid uitsprak over de toekomst. Voortaan zou ieder nieuw boek met het bekroonde boek vergeleken worden en men kan niet steeds zichzelf overtreffen, vreesde ik. "Integendeel," antwoordde de journalist. "Het wordt van nu af aan gemakkelijker. Voortaan ben jij het die mee de norm bepaalt." Dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar het is prettig het te horen zeggen. Een cheque, eenmaal verzilverd, raakt spoedig opgesoupeerd, het méér geld verdienen, verliest zijn glans; de gouden trofee van Bruna verliest dat nooit. Je naam staat voor altijd in de Winkler Prins.

Zoals de publicatie van het bekroonde boek in Amerika. Rijk zul je daar niet van worden. De verkoopprijs voor de paperbackversie via Internet bij Amazon.com is slechts 8,75 $. Je verdient er net genoeg mee om een paar signeertrips naar de States te bekostigen en de ABA-boekenbeurs in Chicago te bezoeken.

En toch. En toch.

Die publicatie én de Bruna Gouden Strop was voor het hoogste literaire orgaan van de Verenigde Staten, de Library of Congress voldoende reden om me, na Hugo Claus, Cees Nooteboom en Gerrit Kouwenaar, uit te nodigen voor een lezing ten behoeve van het "Archive of World Literature on Tape" in Washington, mét een artikel, voorzien van een foto, in hun alomverspreid Bulletin. Dat is de waarde van de Gouden Strop. Als dan twee jaar later iemand zich in een boekwinkel in Tokio laat fotograferen voor een rek waarin meerdere exemplaren van het bekroonde boek prijken en je die foto opstuurt, dan lijkt het feest compleet.

Maar, beste collega-schrijver, ook dat is relatief.

Want hoe roemrijk dat alles ook mag klinken, niets evenaart de vreugde die je beleeft aan het schrijven van je eigen boek dat zijn eigen achtergrond en zijn eigen geschiedenis heeft, en dat zolang het nog niet gepubliceerd is, voor jezelf, en voor al wie je liefheeft, een meesterwerk is.

1998 - Bob Mendes won in 1992 met Vergelding en in 1997 met De kracht van het vuur.


Effect - Chris Rippen

Het meest concrete effect van de Gouden Strop was de Duitse vertaling van Playback. Maar daarvoor bleek de nominatie al voldoende. Het contract, waarin ook het eerder verschenen Sporen meegenomen werd, dateert van augustus 1992, twee maanden voor de bekendmaking van de winnaar, want in dat eerste, experimentele jaar van de Bruna Gouden Strop moesten de genomineerden van mei tot oktober wachten op de uitslag.

Bij die gelegenheid ontving ik wat het 'tastbaarste bewijs van de bekroning genoemd' kan worden: het sculptuurachtige object waarvan de afbeelding weliswaar nog jaren de sluitzegels van Gouden Stropcorrespondentie heeft gesierd, maar dat het jaar daarop bij de uitreiking al vervangen was door het huidige non-descripte zerkje dat zich zo veel beter op de schoorsteenmantel laat plaatsen. Mijn eenmalig uitgereikte object is dus letterlijk uniek; ook vindt men niet gauw een tweede vanwege de wijze waarop de nadrukkelijke symboliek gestold is in vormen en kleuren. Ik denk dat het over een kwart eeuw goud waard is. Een tastbare maar onzichtbare herinnering. Het zit in de zwarte doos en het mag er niet uit.

Het winnen van een Gouden Strop bewerkt publiciteit. Het primaire golfje ebt snel weg, maar jaarlijks komt er iets van terug in de aankondigingen en terugblikken, je staat nu eenmaal op een erelijst. Een zekere bekendheid blijft, ook al heeft men je boeken nooit gelezen. Dat geldt ook voor het buitenland, waar het winnen van een national crime award wel degelijk iets betekent; het wordt al gauw een referentiepunt bij publieke optredens.

Persoonlijk was er natuurlijk grote voldoening, het gevoel dat er iets herkend was en bevestigd. Gelet op de wat onregelmatige romanproductie naderhand zou de vraag gesteld kunnen worden of die bevestiging niet iets te vroeg gekomen is. Op mijn zwakkere momenten stel ik haar. Daarna volgt het ontkennende antwoord.

1998 - Chris Rippen won in 1991 met Playback.


De Gouden Strop glanst niet meer - Tomas Ross

Ruim tien jaar nadat de eerste Gouden Strop werd uitgereikt aan Jef Geeraerts vanwege zijn De Zaak Alzheimer moet je helaas constateren dat de prijs is verworden tot een onderonsje met weinig status en nog minder effect. Ik heb er al eens eerder voor gepleit om de Strop af te schaffen na de eerste vijf, zes jaar toen de publiciteit erom heen redelijk veel belangstelling had gegenereerd en auteurs/titels vanaf dat moment mee te laten draaien in het circus rond de bestaande literaire prijzen. Dat immers was het uiteindelijke idee van de Strop: aandacht en erkenning, niet binnen dat eigen kleine en onderschatte genre, maar met een uitwaaierend effect Wat moet een misdaadauteur nou met de steeds herhaalde bevestiging van zijn kunnen binnen de eigen minieme gelederen: elke vader vmdt zijn zoontje goed voetballen, maar nou de vraag wat Van Gaal van hem vindt. Toch?

De Gouden Strop is tot inteelt geworden - zie de matte bijeenkomsten in een half gevuld zaaltje met een 'mystery-lunch' bestaande uit broodjes met kaas: obligate speechjes, goedwillende juryleden die al jaren bij toerbeurt worden gekozen, enkele vertegenwoordigers van plaatselijke Sufferdjes, minieme stukjes in de couranten en het GNM al dolblij dat de uitreiking op het ANP-net staat.

Geen wonder dat slechts goed verkopende auteurs bij bekroning herdrukken beleven.

De Gouden Strop heeft zichzelf ingehaald. Er zijn te weinig titels en die er dan zijn kennen als auteur maar weinig aansprekende namen, en steeds dezelfde. Ik zou me enerzijds gevleid moeten voelen dat ik inmiddels zeven van de tien keer werd genomineerd en die prijs twee keer won, maar anderzijds is het natuurlijk ook een kwestie van pure armoe. De prijs heeft niet het beoogde effect gehad het genre kwalitatief, noch kwantitatief op te krikken. Evenmin als het GNM zelf overigens. Een clubje met een prijsje, zoals het begon. Deels heeft dat ook te maken met de uitverkoop van de sponsor en het CPNB: het GNM goedwillend, dat wel, blijkt geen fusiepartner, maar werd opgeslokt door twee organisaties die een veelheid aan belangen hebben. Typerend in deze zijn wel de enthousiaste bewoordingen van de voorzitter tijdens het jongste Mystery Dinner waarin hij het succes meldde dat het geschenkboekje in de Maand van het Spannende Boek nu geschreven zal worden door de laatste Stropwinnaar. We juichten, hieven het glas en nog geen paar maanden later besloten Zij die Besluiten dat boekje door James Ellroy te laten schrijven.

De conclusie: ofwel laat het GNM de Gouden Strop uit de Maand halen en er een eigen actieweek, met radio/TV etc. voorin de plaats organiseren, of hef de prijs op en laat elke auteur/uitgever zijn titel(s) insturen voor Libris, PC Hooft, Woutertje Pieterse en Gouden Uil.

1998 - Tomas Ross won in 1987 met Bèta en in 1996 met Koerier voor Sarajevo.


Iedereen een Gouden Strop - Peter de Zwaan

Je wint de Gouden Strop en ziet dat een wonder zich voltrekt. Honderden, wat zeg ik nou weer: duizenden lezers bestormen de winkels. De boeken zijn niet aan te slepen. Herdruk na herdruk. Je wordt gevraagd voor Waku, Waku en Tien voor Taal. Fanmail op het antwoordapparaat. 'Wilt u met me trouwen? Het geeft niet dat u stokoud bent.' In Frankfurt wordt je uitgever omringd door collega's die de rechten willen kopen. Vertalingen in 23 landen. Filmrechten vliegen de deur uit. Dat eiland in de Caraïben waar je al jaren een oogje op hebt, komt binnen handbereik. Misschien word je wel de buurman van Marlon Brando of desnoods Dick Francis.
Dan word je wakker. Blijkt het toch een tikkeltje anders te liggen.
Niks vertalingen, niks filmrechten, niks eiland naast Brando. Zelfs geen Waku Waku. In de winkels ligt Het alibibureau op een betere plaats, maar in menige Bruna-winkel is het niet te vinden. Wat maar weer aantoont dat die sukkels terecht zijn opgehouden met het sponsoren van de Strop.
Wel honderden felicitaties, allemaal opgebouwd rond het woord 'eindelijk'.
Vijf keer een nominatie, nu de echte prijs. Eindelijk. Weg Joop Zoetemelk-gevoel. Je staat tot in lengte van dagen in het rijtje winnaars van een prijs die, na jaren gekwakkel, in de meeste kranten opgewaardeerd blijkt tot een echte literaire prijs.
Tussen de gelukwensen zitten de aanvragen voor interviews.
'We willen u graag in ons programma. Kunt u er voor naar Hilversum komen?'
'Hoe lang gaat het gesprek duren?'
'Toch wel tien minuten.'
Ze bedoelen, weet je uit ervaring, vijf minuten en een inleiding dus je zegt: 'Ik woon in Enschede. Het is een eind rijden naar Hilversum. De intercity stopt er bovendien niet eens.'
'Wij hebben een grote luisterdichtheid hoor.'
Dus zeg je ja. Maar een ander wil je een dag later. De Wereldomroep drie dagen later en Radio Rijnmond daar weer na. 'We kunnen het helaas niet opnemen en zo ver is het toch zeker niet naar Rotterdam?'
'Ik kom naar Rotterdam als jullie naar Enschede komen?'
'Enschede? Dat is een roteind weg hoor.'
Kranten melden zich, evenals de thrillermedewerker van Penthouse. De krantenjournalisten komen, met hen vallen prima afspraken te maken, zij het dat ze nooit weten wanneer de fotograaf er zal zijn. Met fotografen gaat het net als met bezorgdiensten: we komen tussen half twee en vijf uur. Dat met Penthouse is een running gag. De medewerker zegt al vijf jaar dat hij een interview wil, bezweert elke keer dat het nu absoluut, beslist, gegarandeerd doorgaat. Waarna je een jaar niets van hem hoort.
Dat van die herdrukken is ook echt. Tweede en derde druk binnen een maand, vierde druk een half jaar later. Dat haal je niet met een nominatie alleen. Wat de verkoop betreft heeft iedere thrillerschrijver elk jaar een Gouden Strop nodig.
Waarom doet het thrillergenootschap zo zuinig met die dingen?

Augustus 2001 - Peter de Zwaan won in 2000 met Het alibibureau.


Finishing touch - Jac. Toes

Foto: SaltaHet was me door collega's en uitgevers al bij de eerste nominatie voorspeld: maak je geen zorgen, uiteindelijk krijgt iedereen de Gouden Strop wel een keer. Het was in de tijd dat longlist en shortlist weinig voor elkaar onderdeden. 
Toch kwam de prijs vijf jaar later net zo onverwacht als Fotofinish zelf was ontstaan. Een toevallige samenloop van omstandigheden: de Gelderse stichting voor Kunst en cultuur was de beoogde schrijver van haar jaaruitgave kwijtgeraakt en een commissielid belde of 'ik niks op de plank had liggen.' Ik had geen plank, laat staan dat er iets lag, maar het honorarium was meer dan welkom. Dus maakte ik een plan, dat de aarzelende goedkeuring van een begeleidende commissie kreeg. Het boek moest binnen een half jaar klaar zijn en er werd me op het hart gedrukt dat Gelderland een rol zou spelen en dat het niet langer dan 124 pagina's zou zijn. Dat laatste had, geloof ik, te maken met scheve ogen die vroegere auteurs van de jaaruitgaven zouden trekken bij het zien van dikkere boeken. 
Omdat de bibliotheken het leeuwendeel van de kleine oplage (800 stuks) opkochten, was Fotofinish  snel uitverkocht. L.J. Veen, had er wel vertrouwen in, wat meteen werd beloond met een nominatie. Ik beschouwde dat als een prettige binnenkomer bij mijn nieuwe uitgever maar omdat ik al twee keer eerder was genomineerd zonder in de prijs te vallen, rekende ik nergens op. Ik had ook geen toespraakje geschreven, alleen had ik voor de zekerheid die van een eerdere nominatie meegenomen. M'n dankwoord was dus verre van actueel, wat ook wel zal zijn opgevallen. 
Of de prijs m'n leven heeft veranderd... ik was in die tijd toch al bezig om een tournure de vie te maken, van leraar naar auteur. Die overgang is flink versneld. Door de publiciteit zijn er, denk ik, meer mensen op mijn pad gekomen die me aanspraken in m'n hoedanigheid als schrijver. De vriendschap van sommigen is me veel waard geworden, o.a. omdat ze een sterke artistieke impuls hebben gegeven. De belangrijkste deuren die door de Gouden Strop werden geopend, zijn die van de tv- en filmwereld. De prijs leverde een krediet op waardoor ik uitgebreid kon experimenteren met het schrijven van filmscenario's en al doende het vak kon leren. 
Zakelijk gezien heeft de Strop een sterke verbetering van m'n liquiditeitspositie teweeggebracht. Er kwamen veel aanvragen voor verhalen en andersoortige teksten. Voor het schrijven zelf betekende dat een verscherpte procesbewaking: schrijven is balanceren op de grens tussen plezier en prestatie. Een overdaad aan deadlines en roofbouw op de artistieke bron dienden dus vermeden te worden. Of zoals Kingsley Amis het zei: If you can't amuse yourself, you can't amuse nobody. Waarbij ik 'amuse' maar opvat als 'boeien'. 
Het dédain waarmee sommige collega's de Gouden Strop afdoen (maar als ze hem gewonnen hebben, de prijs weer even goedgezind in ontvangst nemen), begrijp ik niet. De Gouden Strop beschouw ik als de prijs voor een genre dat zich door zijn specifieke technieken en thematiek weliswaar onderscheidt van andere literaire genres, maar net zo goed (en graag zelfs) op algemene literaire kwaliteiten mag worden beoordeeld. 
Ten slotte: ooit zegde ik toe het geldbedrag van de Strop te besteden aan research in de wereld van roulettebal en blackjack tafel. Dat heb ik inderdaad gedaan. Het werd niet de ramp die mijn dierbaren voorspelden, integendeel. Ik ben niet verslaafd geraakt en ik ben er zeker niet aan failliet gegaan. Bovendien is er een nieuwe misdaadroman uit voortgekomen. Laten we dat maar tot het belangrijkste effect rekenen.

Augustus 2001 - Jac. Toes won in 1998 met Fotofinish.


Geen Strop verandert dat ritme van elke middag minstens vier uur schrijven - Felix Thijssen

Of er leven is, na de Strop?
Het mijne is gewoon doorgegaan. 's Morgens in het bos, noten rapen, door wilde zwijnen omgerukte heiningen herstellen. Nu wil ik ook nog het molenreservoir dat duizend jaar geleden onderaan de berg langs de beek door Tempelmonniken met ontzagwekkende precisie uit de rotsen werd gehakt restaureren, om daar forellen in te houden. Ik ben al een keer halverwege de berg overvallen door een inktzwarte duizeling, zodat ik in de regen op een steen moest gaan zitten, niet voor het uitzicht, maar om mijn hart tot bedaren te brengen. Als die op hol geslagen drumsolo plotseling stopt is het daarbinnen een kathedraal van stilte, eeuwigdurende seconden lang. Er is geen door een goddelijke operateur in versneld tempo afgedraaide film van je verleden, alleen maar die stilte, terwijl het brein naar bloed en zuurstof snakt. Het hart komt weer op gang, bang, een holle gongslag door de kathedraal, en bang, nog een, en je denkt: dankuwel lievegod, ik zal ophouden met roken.
Om twaalf uur koffie en de post, een half uurtje lezen, en daarna achter de machine, thans computer, tot een uur of vijf, half zes. Geen Strop verandert dat ritme van elke middag minstens vier uur schrijven, ik kan me geen ander leven herinneren. 
Het is een groot voordeel om ver weg te wonen. Ik werk graag alleen, in die dagelijkse routine. Ik heb nu ook e-mail, maar ik twijfel of ik de verwording van taal tot telegram wel zo ambieer. Als ik niet terstond antwoord, kan men doorgaans naar mijn antwoord fluiten. Ik schrijf en krijg liever een brief, die ligt naast me, daar kan ik over nadenken en ik kan zinnen bedenken voor het antwoord. Bovendien geeft de computer op willekeurige momenten een zonderling geluid en staat er 'you are disconnected'. Soms slaat ergens de bliksem op de telefoonlijnen die hier nog veelal tussen houten palen hangen, maar deskundigen beweren dat hier de Franse monopolieneigingen werkzaam zijn en dat alles in orde komt als ik maar Franse apparatuur koop. 
Voor de promotie van mijn boeken is dit alles nadelig. Ik weet dat die promotie beschouwd wordt als horende bij het vak van schrijver, maar ik moet bekennen dat ik de neiging heb om, vaak tot wanhoop van mijn uitgevers, onder interviews, TV-optredens, lezingen en signeersessies uit te komen. Ik heb diepe bewondering voor schrijvers die kant en klare meningen in de media weten te spuien, omdat ik zelf altijd veel moeite heb met kant en klare meningen. Ik weet dat we in de cultuur leven van de camera en de bekende Nederlander, maar ik vind het onuitsprekelijk gênant om de lezer tot het kopen van mijn boeken te bewegen via wonderlijke kronkelwegen zoals het op de bres klimmen voor Varkens in Nood, het beoordelen van Miss Holland of het meeraden naar wie van de drie de echte missionaris is. Ik voel me daar niet te goed voor, integendeel, ik ben eenvoudig te verlegen en bovendien vind ik al die meisjes even mooi, en zelfs als er eentje wat lelijker uitvalt, dan nog kan ze, om met CyberNel te spreken, een ontroerend mooie ziel hebben. 
Ik droom soms van een wereld waarin de rolverdeling eenvoudig is, en als volgt: ik ben de schrijver, anderen zijn de uitgevers, de promotors, de recensenten. Wellicht wijst dit alles erop, dat ik voornamelijk asociaal ben. Misschien maak ik ook, ooit, nog es een eigen website, maar ik 'bezoek' nu en dan zo'n site van deze en/of gene schrijver en denk: tja, wat mooi. En zo mooi serieus, ook. 
U wordt hier dus weinig wijzer van. Hij zit in het zuiden en hangt weinig theorieën aan, omdat hij van het simpele idee uitgaat, dat iets in een boek werkt, of niet. Ik ontdekte dat veel deskundigen uitgaan van de gevestigde dramatheorie dat de handeling moet voortvloeien uit de karakters. Vroeger kreeg ik wel voorstellen terug van televisie-dramaturgen: tja, het is erg mooi, maar helaas vloeit de handeling niet voort uit het karakter. Ik moest hier lang over nadenken. John Wayne? De schutter schiet, de dominee preekt? Ik bedacht dat die kleine, onooglijke, verlegen vrouw die zich voor een bulldozer stort om haar kind te redden dus onbruikbaar was, omdat ze niet bekend stond als een heldin of een krachtpatser, terwijl mij nou juist die onverwachte en onvermoede eigenschappen zo aantrekken. Ik schrijf bij voorkeur over karakters die zich vormen, en veranderen, door wat hen overkomt. 
Zo krijgen ze me toch nog aan het filosoferen, wat niet de opzet was. Koop Onder de Spekboom en de Max Winter-mysteries. Caroline komt in november uit. Begonnen aan nummer zes, voorlopig Charlotte, met de eenvoudige scène van een man die bij thuiskomst behalve zijn vrouw en twee dochters een onbekend derde meisje aantreft, dat beweert ook zijn dochter te zijn en het bovendien kan bewijzen. Het geeft de chaos in het gezin waar ik graag over schrijf, en wat gaat die man doen? Lees dat in de volgende Max Winter.

September 2001 - Felix Thijssen won in 1999 met Cleopatra.


Het schrijven van een boek wordt er geen spat eenvoudiger van - Charles den Tex

Het winnen van de Gouden Strop is geweldig, dat staat voorop. Er verandert van alles door. Je krijgt meer aandacht, en niet alleen van de media. Mensen luisteren opeens naar je; ze beginnen niet meteen ONZIN te roepen als je eens wat zegt. De Gouden Strop is namelijk ook een soort bewijs van goed gedrag, want opeens wordt je vermogen om een goed verhaal te schrijven niet meer in twijfel getrokken. Alsof je een stempel op je voorhoofd hebt: goedgekeurd. Erg leuk allemaal, neem het maar van mij aan.
Maar het is natuurlijk gefrunnik in de marge, want een ding is zeker, het schrijven van een boek wordt er geen spat eenvoudiger van, en het schrijven van een goed boek al helemaal niet. Misschien is het zelfs wel andersom. Na het winnen van de prijs wil je namelijk laten zien dat het geen toevalstreffer was. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want om dat te bewijzen, moet je volgende boek beter zijn dan het boek waarmee je de prijs won. Net zo goed is niet goed genoeg. Stilstand is achteruitgang en dat wordt opgemerkt.
Bovendien gaan de verwachtingen en de eisen omhoog. Er wordt beter op je gelet, en dat is maar goed ook. Onderdeel van het winnen van de prijs is dat je door de erkenning een nieuw basisniveau weet te vinden; het winnende boek is de nieuwe minimale kwaliteit die je wordt verwacht te leveren. Dan heb ik het niet alleen over de verwachting van anderen, maar ook over de eigen verwachting, de mijne in dit geval.
Ga d’r maar aan staan. Zeker als je er jaren over hebt gedaan om dat niveau te halen. Toch werkt het zo, en het is de kunst daarvan te profiteren.
Dat is natuurlijk de bedoeling van de prijs, maar zelfs als je dat weet, moet je het werk nog steeds zelf doen. De prijs geeft wel erkenning, maar geen privileges. Jammer, maar de volgende morgen moet je toch weer gewoon vroeg op en achter je bureau. Zoveel woorden per dag, zoveel dagen per week. Dat moet, dat weet je. Je hebt het altijd geweten, maar na het winnen van de Gouden Strop zakte mijn gemiddelde schrijftempo in, van zo’n vier pagina’s per dag naar twee of anderhalf, van 2000 woorden naar 750 tot 1000 woorden per dag. Dat viel vies tegen. In de voorgaande jaren was ik gewend geraakt aan een bepaald tempo en nu dat opeens niet meer haalbaar bleek, kroop de twijfel aan de eigen capaciteiten onhoudbaar naar binnen.
In mijn geval betekende het winnen van de Gouden Strop echter dat ik ook meer tijd kreeg om aan het schrijven te spenderen, en dat is denk ik de mooiste prijs die ik kon krijgen. Die 11.500 euro waren bij wijze van spreken een maand later al op. Ik zat op het moment van winnen midden in de voorbereiding van een verhuizing en de verbouwing van ons nieuwe huis. Het extra geld was een uitkomst, dat zeker, maar toen de verhuiswagen de straat weer uitreed, was er weinig meer van over.
Nu, anderhalf jaar later, is dat andere aspect van de prijs nog lang niet uitgewerkt. Integendeel, ik merk het nog elke dag. Ik heb weken de tijd om na te denken over wat ik wil, over waar het met het volgende boek heen moet, over nieuwe verhalen en nieuwe vormen. Dat is waar ik van droomde en dat is door het winnen van de Gouden Strop dichterbij gekomen. Misschien zat dat er al aan te komen en heeft de prijs het alleen wat versneld. Dat kan ook, maar daar wordt het effect niet minder van.

April 2004 - Charles den Tex won in 2002 met Schijn van kans.
 


www.crime.nl