De prijs in perspectief - Jacob Vis

In 1994 en 1995 ging de Bruna Gouden Strop naar twee literaire schrijvers die de prijs met gemengde gevoelens in ontvangst namen. De echte misdaadauteurs waren kwaad (misdaadauteurs zijn schrijvers die hun romans 'misdaadroman' noemen). Kwaad op de jury die boeken uit een andere genre toeliet en kwaad op de sponsor die vond dat een literaire winnaar de prijs het vleugje cachet gaf dat de Nederlandstalige misdaadroman ontbeert.

Niemand vocht de kwaliteit van de winnende boeken aan en terecht, want het zijn allebei uitstekende romans. Het is geen schande als zo'n boek het jouwe verslaat. Maar niemand noemde Het Woeden der gehele Wereld en Vertraging misdaadromans. Dat is waar, gaven jury en sponsor toe. Het zijn geen misdaadromans, het zijn allebei spannende boeken en naar het oordeel van de jury zelfs het beste spannende boek van het jaar. Nergens in de kleine lettertjes staat dat er ook 'misdaadroman' op moet staan.

Waarom reageren misdaadauteurs furieus als een boek uit een ander genre hún prijs wint? Kinnesinne speelt ongetwijfeld een rol. Ik hoef maar bij mezelf te rade te gaan, want ik was beide jaren een van de genomineerden. Maar het is niet alleen jaloezie; er zit ook een element van oneerlijkheid in dat je nauwelijks kunt omschrijven, laat staan in regels vangen. Zelfs schrijvers uit het andere kamp vinden meedoen met de Bruna Gouden Strop voor een literaire auteur not done, een soort nacompetitie voor boeken die een prijs in hun eigen genre hebben gemist.

Natuurlijk haastten wij, de verslagenen, ons om te verklaren dat de Strop geen genreprijs mocht worden. Sommigen gebruiken zelfs het woord ghetto-prijs. Verbreden van het genre zou de kwaliteit alleen maar ten goede komen, riepen we dapper. En vervolgens werden we door onze eigen CPNB (Commissie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) voor schut gezet.

Vorig jaar suggereerde ik om de winnaar van de Bruna Gouden Strop het boekenweekgeschenk voor de volgende Maand van het Spannende Boek te laten schrijven. De CPNB vond het een aardig voorstel, maar helaas was de winnaar van 1997 een echte misdaadauteur. Een verdomd goeie, dat wel, maar een misdaadauteur. U weet: de meeste Nederlandstalige misdaadauteurs verkopen niet zo best. En om die nou het geschenkboekje te laten schrijven... dan kun je het net zo goed niet laten schrijven al is het honderd keer je taak om het Nederlandse boek te promoten. Wat zou er gebeurd zijn als ik dit voorstel in 1994 of 1995 had gedaan? Het is natuurlijk niet meer te bewijzen, maar de kans is groot dat de CPNB alle kopers van misdaadromans ter waarde van tenminste ƒ 19,95 in juni 1995 of 1996 met een vaderlandse novelle had verblijd. Het omgekeerde gebeurde ook. Manuel van Loggem schreef het boekenweekgeschenk in 1952 (Insecten in Plastic) en op het hoogtepunt van zijn roem kreeg Janwillem van de Wetering de eervolle uitnodiging om het boekenweekgeschenk te schrijven (De Verdachte Verheugt, 1980). Ach, misschien zijn hedendaagse misdaadauteurs niet zo goed in novelles. Misschien kunnen wij net als James Ellroy alleen vuistdikke thrillers schrijven die, als ze maar in een handzame taal waren geschreven triomfen in de wereld zouden vieren.

Waarom is er in Nederland en Vlaanderen zo'n levensgroot verschil in prestige tussen een literaire en een misdaadroman? Waarom schaamt een literair schrijver zich als hij de Bruna Gouden Strop wint en haast hij zich te verklaren dat hij geen affiniteit met het genre heeft? Dat fenomeen is al waard om een GNM-bulletin te vullen en misschien doen we dat ook, maar in dit artikel wil ik de plaats van de Bruna Gouden Strop in het geheel van literaire prijzen proberen te duiden.

Elk jaar winnen Nederlandse en Vlaamse schrijvers samen een miljoen aan prijzen. Al die literaire prijzen waarvan de bedragen even sterk uiteenlopen als hun prestige hebben één ding gemeen: het zijn genreprijzen. Je kunt een prijs winnen voor het beste kinderboek, voor het spannendste boek, voor de mooiste literaire roman, voor toneelteksten, dichtbundels, vertalingen, vrouwenboeken, jeugdboeken, essays, beeldverhalen, voor een debuut, voor een heel oeuvre, voor boeken van een schrijver/schilder of schrijver/beeldhouwer. Ieder die de pen hanteert en de vruchten in druk ontvangt kan een prijs winnen. Het enige prijsloze genre is de streekroman, maar die schrijvers bereiken oplagen waarvan auteurs in andere genres alleen kunnen dromen. Een vorm van gerechtigheid: dezelfde voldoening die Baantjer zal hebben als hij zijn boeken terugvindt in de toptien van de best verkochte romans.

Waar past de Bruna Gouden Strop in dat miljoen aan prijzen? Als je naar het bedrag kijkt staat de Strop tussen de tweeënveertig literaire prijzen in Nederland en Vlaanderen op de tiende plaats, ex aequo met de Woutertje Pieterse-prijs. Hulde. Als je de trofee ziet die de laureaat op zijn boekenkast mag zetten kun je slechts beschaamd je blik afwenden, maar het bedrag is riant.

Als je naar het prestige kijkt is die mooie tiende plaats opeens een onbenoembare plek. Zet tien willekeurige voorbijgangers het mes op de keel, grom hen toe: 'Wie won de Bruna Gouden Strop?' en de kans dat een van hen het antwoord weet is kleiner dan de kans dat ze je zelf de hals afsnijden. Prestige is niet meetbaar, maar als je de reacties van de winnaars leest is het vooral een prijs die in een beperkt wereldje telt: het wereldje van de misdaadliteratuur. Zo'n prijs waarvan de argeloze lezer denkt: hé, geven ze daar ook een prijs voor?

Het bedrag is geen maatstaf. Met de Prix Goncourt win je 50 FF en een oorkonde en ben je vrijwel verzekerd van een oplage van 500.000 exemplaren, ook al ben je tot dat moment totaal onbekend. Wat moet het heerlijk zijn om zo'n prijs te winnen!

Als je de Bruna Gouden Strop vergelijkt met de prijzen voor misdaadromans in andere landen valt op hoe de speels én serieus de Angelsaksers en Duitstaligen hun misdaadliteratuur bezien. In die taalgebieden heerst ook geen misverstand over wat een misdaadroman is. Prachtige boeken als The Untouchable van John Banville of Billy Bathgate van Doctorow - spannende romans over een meesterdubbelspion en een leerling-mafloso - en Der Vorleser van Bernard Schlink - een subliem verhaal over de liefde van een jonge man voor een ex-concentratiekampbewaakster met een duister geheim - zouden in Nederland meedoen met de Gouden Strop - en hem onmiddellijk winnen! -terwijl ze in het land van herkomst terecht als literaire romans worden beschouwd. (het is maar goed dat ze hier niet meedoen, want ze zouden alle literaire prijzen winnen waarvoor hun uitgevers in zouden schrijven).

De Engelsen, de Amerikanen en de Duitsers doen het dus anders dan wij. Zij vinden het van belang dat er een eigen misdaadliteratuur bestaat en kennen de daarvoor ingestelde prijzen dan ook toe aan boeken die als misdaadroman worden uitgegeven. De Crime Writers Association geeft een Gold Dagger aan de beste misdaadroman, een Silver Dagger aan de tweede beste misdaadroman, een John Creasy Memorial Dagger aan het beste misdaaddebuut, een Last Laugh Dagger aan de meest humoristische misdaadroman en tenslotte - niet elk jaar! - een Diamond Dagger aan een uitzonderlijke bijdrage tot het genre. De Amerikaanse Edgar Alan Poe Awards gaan naar drie winnaars: voor de beste roman, het beste debuut en het beste korte verhaal. De Glauser, Krimipreis der Autoren is 'slechts' 10.000 DM en als je hem wint krijg je de prijs in gebruikte biljetten, verpakt in een koffertje. De Ehrenglauser is alleen eer: een bronzen beeld voor een oeuvre van een misdaadauteur. In alle gevallen gaat het om pure misdaadromans die geen misverstand wekken over het genre waarin ze thuishoren.

En zo hoort het. De Gouden Strop is ingesteld voor de beste Nederlandstalige misdaadroman van het jaar en dat moet zo blijven, al is het nu de Buna Gouden Strop en leven en schrijven wij in een taalgebied waar de eigen misdaadliteratuur haar prestige kennelijk nog moet verdienen.

lit: Mekka, Snoecks, The Writers Handbook.

www-crime.nl