De Gouden Stropdas - Jacomijn de Raad

Hemeltjelief, hebben we dat allemaal gelezen? is de eerste gedachte die opkomt bij het zien van de groslijsten voor twee Gouden Stroppen.

Eerlijk gezegd: nee. Wie ooit in de jury heeft gezeten, weet waarom. Er zit zulke vreselijke tinnef bij dat je je afvraagt hoe iemand ooit een uitgever daarvoor heeft weten te porren. Omgekeerd zijn zulke uitgaven soms zo schandalig achteloos verzorgd dat je je afvraagt hoe daar ooit een schrijver kan zijn ingetrapt.

De jury van 1996, vlnr: Marieke Bemelman, Jan Martens, Els Roes, Dick Maas, Jacomijn de Raad (voorzitter)

Zulke boeken - maar dat is een leefregel van recensenten in het algemeen - krijgen één, en bij hoge uitzondering twee hoofdstukken een kans. Daarna is het afgelopen: die tijd kun je beter besteden. Wat soms interessante gevolgen heeft. Misschien komt het doordat veel juryleden journalisten zijn en toch al zin hadden het eens te proberen. Misschien is het de gedachte: dit kan ik geheid beter. Meer dan één jurylid heeft na het stroppen zelf de hand aan het toetsenbord geslagen. Dus wie weet...

Voor ik in mijn archief dook had ik geprobeerd te bedenken welke namen me nog bijstonden van de Gouden Strop '95 en '96. Viel niet tegen: naast Ross en Krabbé borrelden Appel, Muns en Apotheker op, Toes en Mendes - over wie ik nog heb zitten betogen dat hij niks van vrouwen snapt: wie doet nou eerst lipstick op en dan een coltrui aan - Noë, Vis, Den Tex, Rood, De Zwaan en Bentis.

Het bewijst a) dat mijn geheugen heus niet zo slecht is en b) dat er heel wat koren tussen het kaf zat. Dat maakte het jureren tot een tijdrovende maar vooral leuke opdracht. Enerverend bovendien. De groslijsten - dat had ik allang weer verdrongen - werden gevolgd door talrijke hokjesdiagrammen waarin we op den duur werkten met een waarderingssysteem dat varieerde van drie minnen via allerlei plusmincombinaties tot drie plussen, zodat ons oordeel in de fijnst mogelijke nuances werd uitgedrukt. Alleen cijfers uitdelen bleek niet voldoende; met de minnen konden we aan een boek ook tegenstemmen geven die vervolgens tegen het behaalde aantal plussen werden weggestreept.

Helaas hebben we schriftelijk moeten beloven tot 2035 niet te zullen lekken uit het juryberaad. Citeren uit eigen aantekeningen valt daar vast niet onder. Mijn plusminschema's zijn gelardeerd met notities als 'goeie humor'; 'veel platte karakters, rommelig, moeizaam, onzinnig'; 'beklijft niet'; 'stijve dialogen'; 'idee aardig, maar constructie vreselijk gekunsteld'; en 'daar gaan we weer'; 'wordt vast en zeker te literair gevonden'.

Alsof dat een negatieve kwalificatie is! Alsof een auteur zich daarvoor dient te schamen! Werd binnen de jury's heel wat afgeharreward over de verschillen tussen literatuur en lectuur en over de grenzen van het genre - die discussies werden naderhand in bredere kringen nog eens uitgebreid overgedaan.

Opnieuw word ik onvrolijk als ik verder vinger door de archiefmap en protesten en kanttekeningen tegenkom van winnaars en mededingers en nipte verliezers. Tuurlijk hebben we wekenlang voor de kat zijn staart zitten lezen en vergaderen. Tuurlijk hebben we willekeurige en subjectieve oordelen geveld en vooral persoonlijk voorkeuren laten tellen. Ook al wisten we wie het zei(den), toch hapten we toe. Op de kritiek dat juryleden/recensenten geen lid mochten zijn van het GNM (niet waar); op de opmerking dat juryleden te beroerd waren geweest om drukproeven te lezen (idem); op de beschuldiging dat juryleden achteraf hadden verklapt dat de winnaar een compromis was (ha!).

Desondanks beleefde ik veel plezier aan het jureren en aan de bijkomstigheden. Zoals Abcoude ontdekken, op weg naar de vergaderingen bij de Uniepers. Zien hoe Willy Wielek zich als een diva neervlijt op de achterbank van Dick Maas' Porsche (naar verluidt werkt hij aan een vervolg op 'De Lift'). Achteraf maatjes worden met de leden van de jury '96.

Mezelf wel een kwartier een Bekende Nederlander voelen! De Naam werd zelfs Genoemd op het ANP. Wat leidde tot drie belangrijke radio-interviews: voor de School voor de Journalistiek, de Regionale Omroep Noord-Limburg en de NPS. Die laatste maakte een historische opname: drie minuten vol 'Eh... eh...' Minder leuk was namelijk de ontdekking dat ik vatbaar blijk te zijn voor forse plankenkoorts. Het kwartier wereldfaam was afgelopen toen mijn oma een knipsel zond uit de Provinciale Zeeuwse Courant, waarin sprake was van Juryvoorzitter Jacomijn de Rood. In een bijgaande krabbel prees oma, de schat, mij om mijn optreden voor de Gouden Stropdas.

Misschien moest ik het zelf maar eens proberen. En dan hopen dat de uitgever kan spellen.

Jacomijn de Raad is redacteur en thrillerrecensent van de Volkskrant.

www-crime.nl