Dames en heren,
Vandaag is een gedenkwaardige dag. Niet alleen wordt vanmiddag de winnaar van de Gouden Strop 2003 bekendgemaakt, maar vandaag wordt ook voor het eerst de GNM Meesterprijs uitgereikt.
De
GNM Meesterprijs is een nieuwe prijs, speciaal bedoeld voor mensen die
in de loop der jaren een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd in
de Nederlandstalige misdaadliteratuur. Een soort life time
achievement award, maar dan anders. Het gaat hier tenslotte om
Nederlandstalige literatuur, dus dan geeft het geen pas de prijs te
tooien met een Engelse naam. Bovendien geeft de Nederlandse naam, de
Meesterprijs, veel beter aan wat wij er mee bedoelen. Met de prijs
erkent het genootschap het meesterschap van iemand binnen het eigen
genre.
En wat is dan meesterschap?
Dat is meteen een heikele zaak.
De een zal onmiddellijk wijzen op de kwaliteit van het geschrevene. Op
stijl, compositie en alle andere denkbare elementen.
Een ander zal meer kijken naar succes, naar verkoopcijfers en naar
populariteit.
En weer een ander vindt misschien de invloed op de ontwikkeling van
het genre belangrijker.
Hoe dan ook, het genootschap heeft gekozen voor een wat ruimer, maar
ook objectiever criterium. Het gaat ons om een uitzonderlijke
prestatie.
En wat is dan uitzonderlijk?
Dat kan zijn dat een schrijver, net als Pete Sampras in het tennis,
vijf of zes keer de jaarlijkse titel wint, en dan kunnen we hier nog
wel even vooruit.
Of het kan zijn dat iemand een onmiskenbare bijdrage heeft geleverd
aan de promotie van de Nederlandstalige misdaadliteratuur in zijn
algemeenheid. Of wat dan ook.
Een uitzonderlijke prestatie. Daar gaat het om.
Als dat het uitgangspunt is, dan is het meteen
ook duidelijk dat deze prijs niet elk jaar kan worden uitgereikt.
Zoveel uitzonderlijke mensen zijn er niet, ben ik bang. De GNM
Meesterprijs is dus een prijs om zuinig op te zijn en die op zijn
hoogst eenmaal in de drie jaar aan iemand kan worden toegekend.
En als dat het uitgangspunt is, dan is het ook duidelijk dat de eerste
GNM Meesterprijs moet gaan naar een schrijver die alle vooroordelen en
kleindenkerij van het Nederlandse boekenvak naar de prullenbak heeft
verwezen.
Want hoe vaak heeft een schrijver in dit land al
niet moeten horen dat het ‘natuurlijk hartstikke goed is wat hij
doet, maar ja, de markt voor Nederlandstalige misdaadliteratuur is
gewoon niet erg groot’.
Dat soort onzin wordt nog steeds beweerd.
De
eerste GNM Meesterprijs gaat naar een schrijver die keer op keer
bewijst hoe groot die markt is. Een schrijver die tegelijkertijd de
concurrentie zo allemachtig ver achter zich laat, dat andere
schrijvers mochten willen dat ze een concurrent van hem waren.
In hun dromen misschien.
De GNM Meesterprijs 2003 gaat naar een fenomeen. Een man die is
uitgegroeid tot een begrip in ons land. Een man die in de loop der
jaren een oeuvre heeft opgebouwd van zestig titels en die nog lang
niet klaar is. Een man die heeft bewezen dat je met gewone Hollandse
nuchterheid, zonder de hijgerige hype en opgeklopte
interessantdoenerij die ons van onze Angelsaksische collega’s nogal
eens tegen de borst stuit, een verpletterend succes kunt hebben. Een
man die het voor elkaar heeft gekregen dat de televisieserie die op
zijn boeken is gebaseerd, niet naar de boeken is vernoemd, en
zelfs niet naar de hoofdpersoon van zijn boeken, maar naar hemzelf.
Ik weet niet of het tot u doordringt wat dat betekent, maar dat is
zelfs de grootsten uit het vak nooit gelukt.
Ook die serie vestigt record na record, en deze week wordt de 100e
aflevering uitgezonden.
Ik zei het al: een fenomeen.
Havank was beroemd in Nederland. Janwillem van de Wetering creëerde met Grijpstra en de Gier een bijzonder populair politieduo, maar geen van beide schrijvers kan in de schaduw staan van de man die de afgelopen vijftien jaar synoniem werd voor de Nederlandse politieroman.
In 1959 (ik was toen 7 en wist nog van niets)
verscheen zijn eerste boek, en daarna duurde het nog 6 jaar voordat in
1965 de eersteling verscheen van de serie die hem tot een begrip zou
maken.
Sinds dat jaar verschijnen de titels met een werkelijk verbijsterende
regelmaat.
Zijn verhalen zijn betrekkelijk kort en gebaseerd op een ijzersterke
formule. Weinig schrijvers durven het aan zo onomwonden te kiezen voor
een vastliggende aanpak en die jaar na jaar vast te houden. Er zijn
dan ook weinig schrijvers in geslaagd een formule te ontwikkelen met
een dergelijk succes.
Dat succes ligt in hoge mate aan de enorme herkenbaarheid van de
karakters en de verhalen. Boek na boek betreden lezers de hun zo
vertrouwde omgeving, aan de hand van de rechercheur die hen nooit in
de steek zal laten.
In 1988 rolde het miljoenste exemplaar van de persen. In 1999 was hij
met 375.000 verkochte boeken (in één jaar) de best verkochte
Nederlandse auteur. In 2001 ging zijn vijfmiljoenste over de toonbank
en nu staat de teller al bij de zes miljoen.
Dames
en heren, dat is niet zomaar goede verkoop. Iedereen die deze
prestaties wil afdoen met de opmerking “Ja, verkoopcijfers”, die
begrijpt het niet.
Iets anders kan ik er niet van maken. Die begrijpt het gewoon niet.
In ons land zijn dit LEGENDARISCHE prestaties, dames en heren, en
daarom vraag ik nu een enorm applaus voor de legende zelf:
APPIE BAANTJER.
Meneer Baantjer, dit jaar bent u tachtig geworden
en is, zoals gezegd, uw zestigste titel verschenen in de reeks van De
Cock.
Dit jaar is dan ook het geëigende jaar om u deze prijs toe te kennen.
Daar was het genootschap het snel over eens.
Alleen, klein probleem, de prijs bestond nog niet.
Nederland kende nog geen prijs die specifiek bedoeld is voor mensen
die in ons genre een uitzonderlijke prestatie hebben geleverd.
Dat is misschien vreemd, maar ja, u bent niet voor niets de eerste die
de prijs ontvangt. En daarmee bent u ook de reden dat Nederland vanaf
nu WEL zo’n prijs heeft. In feite is dat een dubbele prestatie.
Daarom is het mij een bijzonder groot genoegen u
uit naam van het genootschap van Nederlandstalige misdaadauteurs de
GNM Meesterprijs 2003 toe te kennen. En wie kan die prijs beter aan u
overhandigen dan een van de internationale Meesters uit het genre, Maj
Sjöwall!
Dames en heren, applaus graag.
Van harte gefeliciteerd. En dan mag ik u misschien het bijbehorende papier overhandigen.
Nederlandstalige misdaadauteurs © Charles den Tex