
Dick Arnold van Ruler (roepnaam Dick), (19-12-1934, Hennaarderadeel, gem. Kubaard - 1-1-1994, Utrecht) was na zijn kandidaats theologie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht filmrecensent bij het Utrechtsch Nieuwsblad en later redacteur culturele zaken. Hij was tevens presentator van het NCRV-tvprogramma Eén tegen allen (eerste uitzending 21-10-1964).
Hij schreef Moord op een negatief (1963) op 28-jarige leeftijd, een detective die zich in de stad Utrecht afspeelt. De hoofdpersoon, hoofdinspecteur Van Dop wordt met een gruwelijk drama op de Nieuwegracht geconfronteerd. Zelf woont hij op de Juliana van Stolberglaan.
Hieronder twee 'Utrechtse' fragmenten uit zijn boek.
[Hoofdinspecteur Van Dop wandelt naar het huis van een weduwe op de Nieuwegracht, wier man pas is vermoord.]
Al wandelend had hij kennelijk naar de gracht gekeken
en gezien dat men van de straat op de werf kan komen via hier en daar geplaatste
trappen. Houten en stenen trappen, beide uitgehold in de loop van jaren,
eeuwen. De houten trappen waren zwart, doortrokken van water, de stenen treden
hadden een roestrode tint. De werven zelf waren groenig uitgeslagen. Vergane
glorie, restant van betere tijden, vond Van Dop. [...]
De stilste en mooiste gracht van de stad. Toegegeven, de werven van de
Oudegracht sloegen die van de Nieuwegracht in schoonheid, maar het hele beeld,
de intimiteit... Hier was alles nog oud, op een bepaalde manier vervallen. Ook
wel vuil: overal op de werven lagen hopen rommel. [p. 6]
[Later blijkt het akelige wijf haar man zelf te hebben vergiftigd. Ook anderen krijgen hier lucht van en ze wordt vereerd met een onaangekondigd bezoekje.]
Plotseling keek ze op, geschrokken. De bel, de
trillende bel verwarde haar. Ze liep snel de gang in, nieuwsgierig en
verontrust... Wie...? ...Trok de deur open. Het licht van de gang viel op een
glimmend nat gezicht.
'Wie bent u...? Een onbestemde angst had haar deze ongebruikelijke vraag doen
stellen.
Het volgende moment deed ze een stap terug, ze werd haast naar binnen geduwd
hoewel de vreemde geen hand uitstak. [...]
Het was allemaal in enkele seconden gebeurd. De vreemde greep in blinde woede
het pistool en schoot... schoot... [...]
Het hoofd van de
vrouw was op de tafel gezakt. [p. 151- 3]