
Tomas RossTomas Ross (ps. van W. P. Hogendoorn, 1944) studeerde aanvankelijk
geschiedenis aan de VU-Amsterdam, vervolgens School voor Journalistiek
te Utrecht (1966-1969), en daarna Niet-westerse Sociologie aan de Universiteit
van Amsterdam (doctoraal 1975). Hij werkte als journalist onder meer voor het
dagblad Het Vaderland, NOS-televisie, TROS-televisie en de VNU.
Sedert 1984 is hij full-time auteur van misdaadromans en film- en
tv-scenario’s. Tomas Ross is erelid van het Genootschap van Nederlandstalige
Misdaadauteurs, waarvan hij tevens een van de belangrijkste oprichters was.
Hij debuteerde in 1980 met De Honden van het Verraad, een zogenaamde politieke thriller over het vrijheidsstreven van Zuid-Molukkers in Nederland en Indonesië. De veelgeprezen roman kenmerkte zich door wat nadien Ross’ handelsmerk zou worden: spannende fictie gebaseerd op research en feiten, de laatste doorgaans politieke doofpotten en affaires.
Ross werd drie keer bekroond met de prijs voor de beste
Nederlandstalige spannende roman, De Gouden
Strop; in 1987 voor zijn futuristische thriller Beta en in 1996
voor zijn roman over de oorlog in het voormalige Joegoslavië Koerier voor
Sarajevo en in 2003 voor De zesde mei.
In veel van zijn romans speelt de Binnenlandse Veiligheidsdienst een dominante
rol, ongetwijfeld mede het gevolg van de loopbaan van Ross’ vader, P. G.
Hogendoorn, een van de pioniers van die dienst. Romans van zijn hand die
werden geprezen om onder meer hun beschrijving van de BVD en zijn werkwijze
zijn, afgezien van het genoemde debuut: Van Koninklijken Bloede (de
Lockheed-affaire), Schaduwen uit Gethsemane (de moord op de vier
IKON-journalisten in El Salvador, 1982) en Wachters voor Wilhelmina
(over de
Affaire King Kong, waarbij Ross’ vader als hoofdrechercheur nauw
was betrokken).
Ross publiceerde artikelen over de Binnenlandse Veiligheidsdienst in onder
meer De Volkskrant en Vrij Nederland. Naast zijn romans schreef
Ross ook non-fictie, onder meer over het Nederlandse bedrijfsleven en, samen
met de politicoloog K. L. K. Brands, over de Centrum Partij ‘Van Vreemde
Smetten Vrij, 1983).
In 1984 maakte Ross in opdracht van de VARA samen met onder anderen regisseur
Frank Diamand de documentaire Verlate Veldpost over de oorlogsinspannningen
van de Nederlandse Prinses Irene-brigade. Een jaar later debuteerde hij als
scenarist voor IKON/Feliks Arons met de jeugd-krimi Misdaad op Wielen.
In datzelfde jaar ontwikkelde hij voor VARA-televisie de misdaadserie Op
Eigen Risico met onder anderen Rijk de Gooijer. Sindsdien is Ross
mede-firmant van het Amsterdamse
productiehuis Topaz Pictures, waarvoor hij
meewerkte aan de speelfilm Julia’s Geheim (Hans Hylkema, 1988) en de
documentaire Hoeren (Meral Uslu/NOS, 1992).
In 1990 werd zijn achtdelige tv-serie De Brug naar werk van Antoon
Coolen door de KRO uitgezonden. Voor diezelfde omroep schreef hij de afgelopen
jaren de achtdelige dramaserie Wij Alexander over het leven en sterven
van de laatste kroonprins van Oranje in de 19e eeuw.
Voor de VARA schreef hij de driedelige politieke
thriller Genesis waarin genetische experimenten en de al dan niet
ethische opvattingen van de overheid centraal staan. Ook voor de VARA
vervaardigde hij het script van In het Belang van de Staat dat onder regie van Theo
van Gogh in 1997 bekroond werd met het Gouden Kalf voor het beste TV-drama.
Sedert 1997 ontwikkelde Ross in samenwerking met Simon de Waal de grote lijnen
voor de succesvolle VARA-policier Unit 13.
Naast thrillers en scenario’s schrijft Ross van kinderboeken en hoorspelen.
De dood van een kroonprins (2002) is het resultaat van een samenwerking tussen tien
auteurs: Tomas Ross, Lydia Rood, Ina Bouman, Felix Thijssen, Roel Janssen, Maarten 't Hart, René Appel, Peter de Zwaan, Rinus
Ferdinandusse en Henk Apotheker. Elke schrijver nam één hoofdstuk voor zijn
rekening. Aan dit boek is een prijsvraag verbonden. Men dient antwoord te
geven op de vraag welke auteur welk hoofdstuk schreef. Inzendingen voor 20
juni 2002. Details zijn te vinden op www.dedoodvandekroonprins.nl.
Over het verhaal: Bert Zoutkamp heeft zich opgewerkt tot kroonprins en partij-ideoloog van de Partij van de Arbeid: een jongen uit het volk, die 'altijd gewoon is gebleven'. Na zijn succesvolle burgemeesterschap van Rotterdam wordt hij minister van Binnenlandse Zaken in het tweede kabinet Hendrikse. Een ontploffing op zijn jacht bij een tochtje op de Waddenzee maakt echter een abrupt einde aan zijn opzienbarende en ook turbulente carrière.
Journalist Joop Meijer begint op verzoek van zijn uitgever aan een biografie van deze markante politicus. Allengs merkt hij dat de dood van Zoutkamp omgeven is met een aantal raadselachtige aspecten. Wie is die man, bijvoorbeeld, die Zoutkamps dochter volgt en foto's van haar maakt? Waarom willen ambtenaren die aanvankelijk hun medewerking toezegden, niet meer praten met Meijer? En wat heeft een villa in Zuid-Afrika met Zoutkamps dood te maken?

Omwille van de Troon (2002) gaat over de Greet Hofmans-affaire.
Zomer 1948. In zijn wanhoop over de oogziekte van zijn jongste dochter Marijke
haalt prins Bernhard de gebedsgenezeres Greet Hofmans binnen in Paleis
Soestdijk.
Enkele maanden later zal zijn vrouw Juliana gekroond worden tot Koningin der
Nederlanden. Hun huwelijk is dan al niet erg goed: Juliana is overtuigd
religieus pacifiste, Bernhard een fervent voorstander van het Atlantisch
bongenootschap. Met Greet Hofmans heeft hij niet minder dan een Paard van
Troje binnengehaald, want achter deze mysterieuze vrouw, de 'Raspoetin van
Soestdijk', staat een groep mensen die er alles aan is gelegen de macht te
grijpen.
Wanneer Bernhard dat begrijpt, lijkt het al te laat: hij, de echtgenoot van de
machtigste vrouw van het land, is met handen en voeten gebonden door zijn
eigen verleden, zijn schimmige connecties en amoureuze affaires. Tot het
moment dat zijn vele vrienden, onder wie de Amerikaanse president Eisenhower,
hun plannen trekken.
Rinus Ferdinandusse en Tomas Ross werkten samen - meestal op maandagochtend - aan een met vaart geschreven roman over oorlog en verraad: De mannen van de maandagochtend. Daarna verscheen Kidnap van hun hand, waarin twee Amsterdamse criminelen de ontvoering voorbereiden van een rijke industrieel.
De
zesde mei behandelt de moord op de politicus Pim Fortuyn, die op 6 mei
2002, nog geen twee weken voor de landelijke verkiezingen, dodelijk getroffen
wordt door vijf kogels. In de chaos weet zijn vermoedelijke moordenaar
aanvankelijk te ontkomen, maar nog geen tien minuten later wordt hij alsnog
gearresteerd. Zijn naam is Volkert van der Graaf en hij zwijgt maandenlang in
de Amsterdamse Bijlmerbajes. Vier maanden voor de dood van Fortuyn werd een
jonge vrouw vrijgelaten uit de Bijlmerbajes. Anke Luyten heeft drie jaar
celstraf uitgezeten voor haar betrokkenheid bij de moord op een nertsenfokker
in Zeeuws-Vlaanderen. Ze heeft spijt betuigd en walgt van haar verleden. Een
maand later wordt ze echter gebeld door een oudere man, die haar vraagt
contact op te nemen met de vroegere actievoerders. Onder hen Volkert, die
verdacht zou worden van een andere moord, op een mileu-inspecteur. Niet veel
later herkent de persfotograaf Jom de Booy tijdens de reportage over het
'fenomeen' Pim Foruyn tot zijn verbazing de jonge vrouw, die met enkele
aktievoerders de politicus met taarten besmeurt. Beiden zijn ooggetuigen van
de moord op Fortuyn, die zesde mei 2002. Beiden kennen het antwoord op de
vragen naar het hoe en waarom. Beiden zullen noodgedwongen moeten zwijgen.
Tomas Ross gaat met dit boek in op de raadsels die de dood van Fortuyn omgeven.De klokkenluider was gedurende de Maand van het Spannende Boek 2003 het cadeautje van de boekwinkel. Het boek, met als decor de Haagse politiek, handelt over de raadselachtige actiegroep RaRa en de dramatische dood van de charismatische politicus Wouter Burger.
Plaats delict is een boek over vijftig geruchtmakende misdaden in Nederland en België en de plekken waar ze werden gepleegd. Fotografe Iona Hogendoorn legde de plaatsen opnieuw vast. Deze formule wordt ook gevolgd in Schuldige plaatsen in Nederland. Vanuit het begrip ‘schuldig landschap’ stelde Ross zijn eigen historische canon samen, met plaatsen waar geweld de loop van onze vaderlandse geschiedenis heeft beïnvloed. Oorlogen, opstanden, brandstapels, plunderingen, roof en moord, onze historie is voor een onuitwisbaar deel in bloed geschreven. Of het nu gaat om de moord op Bonifatius, de Hoekse en Kabeljauwse twisten, de Bijlmerramp of de Decembermoorden in Suriname, elke keer legt Ross de vinger op een uiterst zere plek. Iona Hogendoorn bezocht alle locaties en geeft met haar indringende foto’s een nieuwe dimensie aan het begrip ‘de gevoelige plaat’.
De marionet is de eerste Nederlandse What if-thriller: wat als de aanslag op Pim Fortuyn was mislukt? Acht dagen na de mislukte aanslag behaalt de Lijst Pim Fortuyn de grootste verkiezingswinst ooit. Met 43 zetels is de lpf in één klap groter dan alle andere partijen, en nog geen maand later heeft Nederland een nieuw kabinet. Het tijdperk Fortuyn is begonnen. Al binnen korte tijd wordt duidelijk dat Fortuyns slogan ‘Ik zeg wat ik denk, ik doe wat ik zeg’ geen loze woorden zijn. Terwijl persfotograaf Lex de Rooy speurt naar de dader van de aanslag, wordt langzaamaan duidelijk wie Nederland werkelijk regeert en waarom.
Over Het meisje uit Buenos Aires: de dag nadat het Nederlandse voetbalelftal in 1978 de finale verloor, verdwijnt Hugo Lugones spoorloos. Pas vijfentwintig jaar later komt zijn dochter Carmen erachter dat hij vlak voor zijn verdwijning een pakketje heeft laten verstoppen in de bagage van de persvoorlichter van Oranje. Een pakketje dat bestemd is voor een vrouw in Nederland: Pip Delfos. Zij blijkt echter, vlak voor ze het pakketje wilde ophalen, bij een auto-ongeluk om het leven te zijn gekomen. Carmen en Pips zoon Hartman gaan samen op onderzoek uit en stuiten op foto’s waaruit blijkt waarom Carmens vader moest verdwijnen. Foto’s die alles te maken hebben met een mooie, jonge Argentijnse die in korte tijd de harten van de Nederlanders heeft veroverd.
Werk (thrillers): Honden van het Verraad (1980); Ogen van de Mol
(1981); Moord Magnaten (1982); Van Koninklijken Bloede (1982); Verraad van '42
(1983); Poesjkin Plan (1984); Schaduwen uit Gethsemane (1985); Strijders van de Regenboog
(1986); Bêta (1987); Donor (1989); Mode voor Moskou
(1989); Gouden Bergen (1990); Vrouw die op Greta Garbo leek
(geschreven met Maj Sjowall) (1990); Walhalla (1991); Ingewijden
(1992); Wachters voor Wilhelmina (1993); Man van St. Maarten
(1994); Babyface (1995); Broederschap (1995); Koerier Voor Serajevo
(1996); Pin-Up (1996); Vlucht
van de 4de Oktober (1997); Wij Alexander (1998); Het Goud van de Salomon Pinto
(1998); Superdeal (1999); Tranen over Hollandia (2001); De dood van een kroonprins
(2002, met 9 andere auteurs); Omwille van de Troon (2002; De mannen
van de maandagochtend (2003, met Rinus Ferdinandusse); De zesde mei
(2003); De klokkenluider (geschenk Maand van het Spannende Boek 2003); Mathilde
(2003); De dubbelganger (2004); De Anjercode (2005);
Kidnap (2004, met Rinus Ferdinandusse); De marionet (2008);
Het meisje uit Buenos Aires (2009).
Ander werk: Plaats delict (2005, foto's: Iona Hogendoorn);
Schuldige plaatsen in Nederland (2007, foto's: Iona Hogendoorn).