Hélène Nolthenius Hélène Nolthenius (1920-2000)
studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit van Utrecht en promoveerde in 1948 op een
proefschrift, getiteld De oudste melodie van Italië. Van 1958 tot 1976 was ze zelf
hoogleraar muziekwetenschap in Utrecht. Haar promotieonderwerp bracht haar in aanraking
met de middeleeuwse geschiedenis van Italië, een contact waaruit naast diverse
wetenschappelijke studies - o.a. Duecento en haar voor de AKO-prijs genomineerde
Franciscus-studie Een man uit het dal van Spoleto (1989) - ook drie historische
detectives voortkwamen. Ze spelen in de 14e eeuw, en de speurder is de Franciscaan Lapo
Mosca bijgenaamd Duedonne, dichter en zanger van vrome én schuine poëzie. Zijn
wederwaardigheden staan te lezen in Geen been om op te staan (1978) en Als de
wolf de wolf vreet (1980), in 1989 samen heruitgegeven onder de titel Moord in
Toscane (Querido) In 1991 voegde ze daar Babylon aan de Rhone (ook Querido) aan
toe, waarin Lapo Mosca naar het pauselijke ballingsoord Avignon trekt. De Mosca boeken
zijn zowel in het Duits als in het Frans vertaald.
Nolthenius schreef daarnaast ook muziekbiografieën voor de jeugd, hedendaagse detectives
w.o. Weekend in Waldegg, verhalenbundels w.o. Het Vliegend Haft en 'gewone'
historische romans, waarvan Voortgeschopt als een steen (1999), over een
tweederangs dichter uit de Hellenistische wereld, de meest recente is. Als de musicologe
en romanschrijfster Wagenmaker figureert Hélène Nolthenius zelf in deel II van Voskuils
Bureau-serie, Vuile Handen.
(Met dank aan Renée Vink voor deze informatie.)
Zie ook het overzichtsartikel van Peter Ronner: De professor is dood, leve de professor! (over hoogleraren die misdaadromans schrijven).
crime.nl © Nederlandstalige misdaadauteurs