
Stan
LauryssensStan Lauryssens (1946), Vlaams auteur, debuteerde als
misdaadschrijver met
Zwarte Sneeuw, waarmee hij de Hercule
Poirot-prijs 2002 won. Hij woont in Londen, en schrijft in Antwerpen.
Zwarte Sneeuw is de eerste politieroman van
Stan Lauryssens. Het verhaal speelt zich vooral af in Antwerpen. Een man in het zwart sluipt tussen vervallen huizen. Zijn schoenen slieren over de natte straatstenen. Roos de Moor, die haar brood verdient met het kopiëren van schilderijen, slaakt een ijselijke kreet. Haar gruwelijk verminkte lichaam hangt aan een antieke vleeshaak in haar atelier, waar het door speurders van de moordbrigade wordt gevonden. Uit
café Zanzibar klinkt een weemoedige stem die Que será será zingt, Wat zal zijn, zal zijn, terwijl uit het Lobroekdok het verminkte lijk van een travestiet wordt opgevist. Is dit het begin van een ijzingwekkend spel dat een seriemoordenaar speelt met de speurders?
De kans bestaat dat
er in de stad een seriemoordenaar rondloopt. Dat denkt in elk geval de
moordbrigade als op korte tijd twee verminkte lijken worden gevonden. Eerst
wordt uit een dok het lichaam van een travestiet opgevist. Daarna vindt de
politie Roos de Moor aan een slagershaak in haar schildersatelier. Een
opvallend politieteam onder leiding van een rustige en wat oudere commissaris
staat voor een raadsel. Dit debuut is een merkwaardige mengeling van romantiek, kolder, horror
en melancholie.
De jury bekroont Zwarte Sneeuw omwille van 'de originaliteit, de branie, de spanning en de meeslepende
plot.' Het boek is de eerste aflevering van een nieuwe reeks thrillers. Plaats van
actie is Antwerpen.
Dalí en ik en Mijn heerlijke nieuwe wereld – Leven en liefdes van Maria Nys Huxley worden verfilmd. Zijn non-fictionboeken verschijnen in het Engels, Frans, Italiaans, Pools en Japans.
De tweede thriller in deze verscheen in 2003: Dode lijken. Zijn
alle lijken dan niet dood? Neen, natuurlijk niet: de wetsdokter maakt een
onderscheid tussen levende lijken en dode lijken. Waarin zit het
onderscheid?
Uit de achterplattekst:
"BAMM!
BAMM! Twee
schoten van dichtbij, kort na elkaar, zoals in een Amerikaanse film. Zij lag
onder een straatlamp en bloed spoot als een muzikale fontein uit haar lichaam.
Hij bleef maar schieten, drie kogels per seconde, een ballet van kogels, tot
de lader leeg was en zijn pistool klikte. De nacht was zo warm, dat de lucht
ervan trilde. Aan de andere kant van de stad schoot een steekvlam omhoog
tussen geparkeerde auto’s en met een geweldige knal spatte het Fiatje van
Miss België uiteen in duizend brandende stukken. In het lokaal van de
gerechtelijke politie trokken de speurders een kogelvrije vest aan. De tafel
lag vol revolvers en pistolen. ‘Ik voel mij naakt zonder mijn blaffer,’
zei Sofie Simoens. De nieuwe speurder droeg strakke jeans en cowboylaarsjes
van slangenleer. [...]
Plaats van actie is
de stad aan de stroom, waar meeuwen kokhalzend door het beeld schieten en het
asfalt smelt in de straten. Bij nacht en ontij trachten de speurders van de
Antwerpse moordbrigade het ene raadsel na het andere op te lossen."
Over Rode rozen, de derde titel in de reeks: het meisje lag aan de rand van de vijver, met haar gelaat in de modder. Nergens een spoor van bloed. 'Wie deze weg gebruikt, doet het uitsluitend op eigen risico,' stond op een bord tussen de bomen. Een dode in het lijkenhuis kreeg een erectie en de koning van de mafioski werd omvergeknald in een zijstraat van de Keyserlei, met drie schoten. Erg was dat niet, hij liep toch met de dood in zijn schoenen. Een verkrachter neuriede Kili kili watch watch in de voetgangerstunnel terwijl Fatima twee straten verder aan een lantaarnpaal bengelde, met de knoop van de Wurger van Boston om haar hals. Alle ramen in het stadhuis waren verlicht. Uit een staalgrijze hemel viel koude regen. De commissaris luisterde naar de meeuwen, die miauwden als jonge katjes. De beroemde lichtjes van de Schelde kreeg hij er gratis en voor niks bij.
Doder dan dood verschijnt maart 2005. Het
is het verhaal van een hold-up op de Nationale Bank. "Als Vlaanderen het
uitstalraam van een banketbakker is," zegt een van de bankrovers, "dan is
Antwerpen de taart in het midden en is de Nationale Bank de kers op de taart.
Van het achterplat: "The Stones knalden uit de boxen
en met een klap ontplofte de bestelwagen en uit de gloeiende vuurbal kantelde
een verkoold lichaam met een hoofd als een gebraden kip. Get your kicks bam
bam on Route bam bam 66. Zo’n lawaai. Een mens zou er horendol van worden.
Overal lagen bankbiljetten. Duitse marken, Zwitserse en Franse francs,
guldens, dollars, ponden, roebels, Japanse yen en Belgische franken. De
telefoon rinkelde. ‘Een lijk op je nuchtere maag?’ riep Marie-Thérèse vanuit
het toilet. Genoeg bloedvergieten, genoeg doden in de sneeuw. Een hoertje met
katachtige ogen knipperde met haar wimpers. Niet dringen, niet duwen,
achteraan aanschuiven, iedereen komt aan de beurt. Vlakbij loeide een sirene
met 180 decibel. ÍÍÍ-ÁÁÁ, ÍÍÍ-ÁÁÁ. Er viel een fijne, melancholische sneeuw,
die op zilveren confetti leek. Geen weer om een hond door te jagen. Erg was
dat niet, honden gaan toch niet naar de hoeren."
De speurders van de Antwerpse moordbrigade
— de commissaris, Sofie Simoens met haar
cowboylaarsjes van slangenleer, Deridder, Tony Bambino en Vindevogel met zijn
jarenzeventigbril — vallen
van de ene verbazing in de andere.
Samen met Yurg, die eerder de strips rond Wendy Van Wanten tekende, maakt Lauryssens een spannende "thrillerstrip" met onze gekende speurders van de moordbrigade: Sofie Simoens met haar cowboylaarsjes van slangenleer, Desmet, Tony Bambino, Vindevogel met zijn jarenzeventigbril (een nieuwe speurder!) en natuurlijk de weemoedige commissaris in zijn polo van Lacoste, waarvan hij het krokodilletje heeft weggeknipt.
Thrillers:
Zwarte Sneeuw (2002); Dode lijken (2003); Rode rozen
(2004); Doder dan dood (maart 2005).
Overig werk (o.a.): De Flandriens. Achter de
schermen van de wielersport (1974); Opmars naar het Vierde Rijk (1975);
De Eichmann-erfenis (1976); De man in de chacra : op het spoor
van dr. Josef Mengele (1977); De fatale vriendschappen van Adolf
Eichmann (1998); Dalí en ik (1998); Costa del crimen.
Achter Spaanse tralies (1999); The Man Who Invented the Third Reich
(1999) verscheen in het Engels, Frans, Italiaans, Pools en Japans; Mijn
heerlijke nieuwe wereld. Leven en liefdes van Maria Nys Huxley (2000).