
Quiz-master Theo Eerdmans en zijn assistente Maud van Praag
Theo M. Eerdmans (28 juli 1922, Rotterdam - 28 oktober
1977), journalist, bekend quizmaster en schrijver van detectives, een novelle en enkele
romans. Daarnaast schreef hij teksten voor de radio en publiceerde hij verscheidene korte
verhalen.
Na het eindexamen HBS kon hij door de oorlog niet onmiddellijk in de journalistiek
terecht. Korte tijd was hij werkzaam als PTT-ambtenaar. Twee jaar leed hij aan
tuberculose, waarvan hij genas in een sanatorium. Deze ervaring verwerkte hij later in Zeven brieven aan Alma (1957), waarin hij de spanningen
binnen de geïsoleerde sanatoriumgemeenschap overtuigend weet te beschrijven. In november
1944 werd hij tijdens een massale razzia in Rotterdam gegrepen. In 1952 verscheen de op
die gebeurtenissen gebaseerde novelle Mijn Vrijheid
waarmee hij nog een prijs heeft gewonnen. Volgens velen is het zijn beste werk.
Na de bevrijding werd hij redacteur-verslaggever van De Nederlander. In 1947 maakte
hij een lange studiereis naar de Verenigde Staten en Canada. Na terugkomst was hij lange
tijd journalist bij Het Vrije Volk, onder andere als chef
stadsredactie. Zijn 'grote' reportages waren onder meer: Het
leven van een Drentse boer, Het leven op Tiengemeten, Het kwaad der waarzeggerij,
Ballonvaart, Vijf weken op een kustvaarder en Ralley de Monte Carlo. Een van de
hoogtepunten was dat hij in Hongarije zat toen daar de Sovjetinval plaatsvond.
'Ik zat altijd op het puntje van mijn stoel als oom Theo op bezoek was bij ons of bij mijn oma. Het was ook groot nieuws toen hij op een oudejaarsnacht bij mijn oma in Rotterdam (Spangen) een rotje in zijn mond kreeg. Dat verklaart misschien mijn angst voor al te veel geknal op dat soort dagen. Ik smulde van zijn onconventioneel gedrag en zijn wilde verhalen. Die kwestie in Hongarije was een echte thriller, waarin hij als een van de weinige westerse journalisten de inval van nabij meemaakte.'
neef Walter Erdmans
Theo Eerdmans is vooral bekend geworden
als quizmaster op de televisie, daarbij bijgestaan door zijn assistente Maud.
Hij presenteerde
quizzen als Je neemt er wat van mee en Tel uit je winst, waarbij
deelnemers werden ondervraagd over een bepaald specialisme.
Van de Quiz Weet wel wat je waagt is een boek met gelijknamige titel gemaakt (1959), met 1001 vragen die qua vorm gelijk zijn aan de inhoud van de televisiequiz. Deze quiz begon steevast met de legendarische woorden van Theo Eerdmans:
"WEET WEL WAT JE WAAGT... ons spel van kennis en van zelfkennis..." Het voorwoord van het boek vermeldt: 'In hoeveel huiskamers hebben deze woorden de laatste anderhalf jaar niet geklonken... En hoeveel mensen in Nederland en België gingen bij deze woorden niet gemakkelijk zitten, om het spel met de zilveren guldens zo goed mogelijk te kunnen volgen?'
H.J. Oolbekkink wijdde een hoofdstukje aan Eerdmans in Kastje kijken, dat hier integraal te lezen is.
Eerdmans behoorde jarenlang tot de onsterfelijken van Nederland, maar op zeker moment werd alles minder. Hij werd ontslagen bij het Vrije Volk, het televisiewerk liep terug en daarmee zijn bekendheid. Hij dronk en rookte te veel en na twee hersenbloedingen heeft hij onder mysterieuze omstandigheden zijn einde gevonden in de Wijde Blik, de diepste plas van de Loosdrechtse Plassen. Hij was een groot waterliefhebber en had daar een schuit als pied-à-terre. Tijdens het vissen op zijn roeibootje is hij op onduidelijke manier te water geraakt.
Hij schreef twee detectives: Moord en mooie handel en Telefoon uit Maastricht, waarin dezelfde personen figureren: privé-detective Ferry Hendersen, journalist Guus Brechtson, Ferry's hospita juffrouw Heukels en de twee rechercheurs Van Beest en Dijkerman. Moord en mooie handel verscheen eerst als feuilleton in Het Vrije Volk heeft gestaan, vermoedelijk in 1952 of eerder. Het verscheen in boekvorm in 1953. Het geeft een goede sfeerbeschrijving van het platgebombardeerde Rotterdam. Hoofdpersoon Ferry Henderson is een wat zorgeloze, laconieke antiheld:
'Geniaal systeem,' zei Brechtson treiterig, 'werk jij eigenlijk wel eens volgens een vast plan, een vaste richtlijn, naar een bepaalde theorie...?'
'Nóóit!' zei Ferry, met afschuw in zijn stem, 'dat laat ik aan de denkers over. Ik loop maar wat rond en wacht maar tot er iets opduikt. Ik kom wel ergens. Mijn enige systeem is, dat ik geen systeem heb.' (Moord en mooie handel, p. 117)'De gekste en beste zaken zijn altijd die waarvan je niet weet waar ze beginnen en waarvan je niet weet waar ze naartoe gaan. Neem dat van mij aan.' (F.H., Moord en mooie handel, p. 112-3).
Henderson is hoogst waarschijnlijk gemodelleerd naar Robert
Mitchum, die meerdere malen in Eerdmans' detectivedebuut wordt genoemd. Mitchum brak door
in The story of G.I. Joe (1945), welke rol hem het image van de tough guy
bezorgde. Later speelde hij een dergelijk type in het genre van de film noir, zoals
in Crossfire, Out of the past en Pursued (alle 1947). Amerikaliefhebber
Eerdmans heeft deze films beslist gezien. Opmerkelijk is overigens dat de latere Mitchum,
die van de Chandlerverfilmingen Farewell, My Lovely (1975) en The Big Sleep
(1978) eveneens de inspiratiebron vormde voor twee Nederlandse thrillerschrijvers, bekend
onder de J.J. de Lochte.
Eerdmans is ook beïnvloed door de 'beeldromans' van Dick Bos. Sommige vechtscènes
herinneren aan deze stripheld van Alfred Mazure en ook het taalgebruik is er soms aan
ontleend: 'Geen gekheid! riep hij schor.' Verder spreekt Eerdmans meer dan eens
bewonderend over Peter Cheney. In Moord en mooie handel komt een boef met de
bijnaam Rooie Theo voor, een grapje van de schrijver (die zelf rood haar had).
Hoewel Parels voor Nadra
(eveneens 1953) van Joop van den Broek in de literatuur geldt
als de eerste Nederlandstalige hard-boiled thriller, kan Moord en mooie handel
misschien ook aanspraak maken op deze titel. Hard-boiled elementen heeft het boek zeker:
het genoemde Mitchum-achtige hoofdpersonage, de wereld van nachtclubs, casino's, duistere
kroegen, mooie vrouwen, prostituées en drugshandel. Onduidelijk is welk boek eerder is
geschreven. Misschien is in de archieven van Het Vrije Volk nog na te gaan wanneer
deze feuilleton precies verscheen.
Eerdmans was een van de acht auteurs van De vrouw van ons achten (1956), samen met Joop van den Broek, Bert Japin, John Hoogland, J.F. Kliphuis, Bob van Oyen, Jaap Romijn en Gerth van Zanten. Elk van de acht hoofstukken was geschreven door een van de genoemde auteurs. Er was een prijsvraag aan verbonden: de lezers die voor 1 april 1957 wisten aan te geven wie welk hoofdstuk had geschreven, maakten kans op een complete reeks Zwarte Beertjes, op dat moment tussen de vijftig en zestig delen.
(met dank aan Walter Eerdmans)
Werk: De verdwenen hunnebedsteen (1945,
serie 'Het goede Jongensboek'); Mijn vrijheid (1952); Moord en mooie handel
(1953); Telefoon uit Maastricht (1955); De vrouw van ons achten (1956);
Brief uit Kansas-City (1957, samen met H.J. Oolbekkink en Leo Riedé); Zeven
brieven aan Alma (1957); Moord tussen de buien door (1964, samen met Eli
Asser en A.C. Baantjer, hierin Moord en mooie handel); Het bewaasde kijkglas
(1959)
Vertalingen: Het zaad des verderfs van William March (The
bad seed, 1954, in herdruk verschenen als De kiem van het kwaad,
1982). Verder heeft hij de inleiding bij een vertaald boekje over de Hongaarse opstand
geschreven.
(meer omslagen)
